| 23877 |
mariaoord |
genadeoord:
genadeoord (L382p Montfort),
mariaoord:
mariaoord (L382p Montfort)
|
Een genadeoord van Maria, Mariaoord. [N 96C (1989)]
III-3-3
|
| 23746 |
mariascapulier |
mariascapulier:
mariasjabbeleer (L382p Montfort)
|
Een Maria-scapulier (Marias livrei?). [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 24610 |
marjolein |
marjolein:
WLD
marjolein (L382p Montfort)
|
Marjolein (origanum majorana). Kleine, witte bloempjes, half verscholen tussen groene blaadjes, die dicht opeen staan, en tot bolletjes verenigd zijn, 3 of 4 zulke bolletjes op lange stelen in de bladhoeken en aan de top (palingskruid, madelein, dubbele p [N 92 (1982)]
III-4-3
|
| 21271 |
markt |
markt:
mae.rət (L382p Montfort)
|
markt [RND]
III-3-1
|
| 21852 |
marktkraam |
kraam:
kraom (L382p Montfort, ...
L382p Montfort)
|
een tent, een stalletje op de markt waarin de goederen tentoongesteld zijn [kraam, schob] [N 89 (1982)]
III-3-1
|
| 21711 |
marktplein |
markt:
de mert (L382p Montfort),
mèrt (L382p Montfort)
|
het plein in een stad of dorp waar markt gehouden wordt [mert, marktveld] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 24945 |
marmer |
marbel:
marbel (L382p Montfort),
marmer:
marmer (L382p Montfort, ...
L382p Montfort),
(m?).
marmer (L382p Montfort)
|
marmer [SGV (1914)] || marmer, dicht, fijnkorrelig kalkgesteente dat geschikt is om te bewerken en te polijsten, in bouw- en beeldhouwkunst als grondstof gebruikt [marbel, melber] [N 81 (1980)]
III-4-4
|
| 22739 |
marmeren beeld |
beeld:
é marmere bee:ldj (L382p Montfort)
|
Marmeren beeld. [N 06 (1960)]
III-3-2
|
| 21850 |
mars (wbd) |
mand:
manj (L382p Montfort),
marsmand:
mars man (L382p Montfort)
|
de mand die een kramer op zijn rug heeft [mars, hot, holfrits] [N 89 (1982)]
III-3-1
|
| 24350 |
marter |
maart:
maart (L382p Montfort),
’ne maart (L382p Montfort),
marter:
WLD
màrtər (L382p Montfort, ...
L382p Montfort)
|
Hoe noemt u een soort marter, tot 48cm lang, met een staart tot 26cm. Het is een slank roofdier met donkerbruine pels en witte borstvlek die tot de binnenzijde van de voorpoten doorloopt (fluwijn) [N 83 (1981)] || Hoe noemt u het slanke roofdiertje, geelbruin tot donkerbruin, met lange dekharen. De kop is spits met grote oorschelpen, het lichaam is lang en lenig. Het heeft een lange staart en korte poten; marter (fluwijn) [N 83 (1981)] || marter [SGV (1914)]
III-4-2
|