| 22440 |
masker |
masker:
masker (L382p Montfort, ...
L382p Montfort),
mombakkes:
mombakkes (L382p Montfort),
mommegezicht:
mommegezich (L382p Montfort),
mommegezicht (L382p Montfort)
|
Een min of meer naar de vorm van het gezicht gemaakte bedekking die dient om dit onherkenbaar te maken of er een bepaalde gedaante aan te geven [mombakkes, mommegezicht, bambakkes, masker]. [N 88 (1982)] || masker [SGV (1914)]
III-3-2
|
| 33044 |
mathaak |
pikhaak:
pekhǭk (L382p Montfort),
pikkel:
pekǝl (L382p Montfort)
|
Doorgaans licht gebogen ijzeren tand aan een houten steel, die bij het maaien met de zicht gebruikt wordt om het graan bij het eigenlijke inkappen op te tillen en om het afgeslagen graan bij elkaar te trekken. In de volgende plaatsen geen specifieke benaming bekend: L 316, 317, 355, 356, 358, 363, 365, 366, 368, 413. Voor de fonetische documentatie van het woorddeel [zicht]- zie het lemma ''zicht'' (4.3.1). Vergelijk ook de betekeniskaart 30 bij het lemma ''zicht'' (4.3.1) voor de geografische uitbreiding van pik in de betekenis "zicht" naast die van pik in de betekenis "mathaak". Zie afbeelding 5. [N 18, 72 en 73; JG 1a, 1b, 2c; A 14, 10; L 45, 10; R 3, 66; Gwn 7, 5; monogr.; add. uit N 11, 88; N 15, 16c en 16g; A 4, 28; A 23, 16.2; L 20, 28; Lu 1, 16.2]
I-4
|
| 19393 |
matras |
matras:
mətras (L382p Montfort),
onderbed:
ongerbed (L382p Montfort)
|
Het algemene woord voor een met stro, paardehaar, kapok, veren enz. stijf gevulde beddezak die dient als onderbed (matras, bed) [N 79 (1979)]
III-2-1
|
| 31475 |
matrijs, stampvorm |
vorm:
vǫrǝm (L382p Montfort)
|
Een uitgeholde ijzeren vorm die dient om samen met de stamper een bepaalde vorm te geven aan een metalen plaat. De matrijs ligt daarbij onder het werkstuk. Zie ook afb. 166 en het volgende lemma. [N 33, 275]
II-11
|
| 22491 |
matsen |
opeenspelen:
opeenspelen (L382p Montfort),
opeinspeele (L382p Montfort)
|
In het voordeel van een ander spelen, met een andere speler samenspelen [materen, opeenspelen, opspannen]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 19825 |
mattenklopper |
mattenklopper:
matəkloͅpər (L382p Montfort)
|
mattenklopper [DC 15 (1947)]
III-2-1
|
| 20909 |
mayonaise |
mayonaise:
mèjjənéés (L382p Montfort)
|
mayonaise [RND]
III-2-3
|
| 18129 |
mazelen |
mazelen:
mazele (L382p Montfort),
rodehond:
roje hondj (L382p Montfort)
|
Hoe noemt men de besmettelijke kinderziekte waarbij de huid vele kleine rode vlekjes vertoont (Nederl. mazelen)? [DC 25 (1954)] || mazelen [SGV (1914)]
III-1-2
|
| 18235 |
medaillon |
medaillon:
medaillon (L382p Montfort),
medaljon (L382p Montfort)
|
rond, ovaal- of hartvormig sieraad waarin een portretje of iets dergelijks bewaard wordt [medaillon, mejonneke, boot, coulant] [N 86 (1981)]
III-1-3
|
| 23744 |
medaillon met lam gods |
lam gods:
lam gods (L382p Montfort)
|
Een hartvormig medaillon van was, waarop een lam met kruisvaan is afgebeeld. Dit medaillon werd gedragen [Agnus Dei, Lam Gods?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|