| 33860 |
zich bij het stappen op de voorhoeven trappen |
(zich) vangen:
vaŋǝ (L382p Montfort)
|
[N 8, 75 en 79]
I-9
|
| 19004 |
zich gedragen |
zich voegen:
zich veugen (L382p Montfort),
zig veugə (L382p Montfort)
|
zich goed gedragen [zich voegen, zich gevoegen] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 17938 |
zich haasten |
zich spoeden:
oos spoje (L382p Montfort)
|
zich haasten: we moeten ons haasten [DC 27 (1955)]
III-1-2
|
| 19319 |
zich heel wat inbeelden; ingebeeld persoon |
comedie veil hebben:
comeide feil hubbe (L382p Montfort),
veel kaskenades hebben:
veul kaskənadəs (L382p Montfort),
veil hebben:
veil hubbə (L382p Montfort)
|
zich heel wat inbeeldend, een te hoge mening van zich zelf hebben [veel kak hebben, veil hebben, ophangen, veel gasconnades veil hebben] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 19047 |
zich inbeelden |
zich inbeelden:
inbeelje, zich (L382p Montfort)
|
inbeelden, zich [SGV (1914)]
III-1-4
|
| 18864 |
zich kwaad maken |
opgeregt (<du.) zijn:
opgəreegt seen (L382p Montfort),
uit zijn slof schieten:
oet zne slof scheten (L382p Montfort),
zich kwaad maken:
zig kwaod maake (L382p Montfort),
zich oprichten:
zig oprigtə (L382p Montfort)
|
zich kwaad maken [zich opruien, zich optoornen, uit zijn korf schieten] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 24047 |
zich laten inschrijven voor het huwelijk bij de pastoor |
zich aangeven:
zich gaon aangaeve (L382p Montfort)
|
Zich laten inschrijven voor het huwelijk bij de pastoor, "naar pastoor gaan". [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 34232 |
zich moeilijk laten melken |
taai:
tɛj (L382p Montfort)
|
Het slechts met moeite gemolken kunnen worden, gezegd van de koe. Er komen in dit lemma verschillende grammaticale categorieën voor. [N 3A, 71]
I-11
|
| 17974 |
zich niet lekker voelen |
zich niet goed voelen:
neet good veule (L382p Montfort)
|
Zich niet lekker voelen (spijten, kruchen, in de lappenmand zijn). [N 84 (1981)]
III-1-2
|
| 33844 |
zich over de rug wentelen |
(zich) wentelen:
wenšǝlǝ (L382p Montfort)
|
Geregeld gaan de paarden op hun rug liggen en slaan met de poten in de lucht. Zij doen dit vooral bij jeuk of buikpijn. [JG 1a, 1b; N 8, 69]
I-9
|