| 22735 |
de plank missen |
missen:
mussen (L382p Montfort),
poedelen:
poedele (L382p Montfort)
|
De plank missen bij het kegelspel [henk, olie]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 23694 |
de portiuncula-aflaat verdienen |
in- en uitlopen:
in en oet loupe (L382p Montfort)
|
De kerk in- en uitgaan bij het bidden van de toties-qoties-aflaat. Dat kon men doen: a)op het Portiuncula-feest, b)op het feest van O.L. Vrouw van de Rozenkrans (7 oktober) en c)in de namiddag en avond van Allerheiligen en op de dag van Allerzielen. [pars [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23696 |
de portiuncula-aflaat verdienen add. |
toties quoties:
tooties kwootsiees (L382p Montfort)
|
De kerk in- en uitgaan bij het bidden van de toties-qoties-aflaat. Dat kon men doen: a)op het Portiuncula-feest, b)op het feest van O.L. Vrouw van de Rozenkrans (7 oktober) en c)in de namiddag en avond van Allerheiligen en op de dag van Allerzielen. [pars [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23290 |
de roepen krijgen |
in de roepen zijn:
inne reup zeen (L382p Montfort)
|
De roepen krijgen, afgeroepen worden in de kerk, "onder de geboden staan", "onder de roepen zijn", "in de roepen gaan". [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 23723 |
de rozenkrans bidden bij een overledene |
de drie rozenkrans beden bij een dode:
de drie roeazekrans baeje bie nen doeaje (L382p Montfort),
rozenkrans beden:
rozekrans beeje (L382p Montfort),
waken:
waake (L382p Montfort)
|
De Rozenkrans (= 3 Rozenhoedjes) bidden bij een overledene. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 33926 |
de staart couperen |
zwensen:
zwęnsǝ (L382p Montfort)
|
Het kappen of afsnijden van de staart van veulens gebeurt na enkele dagen of weken. Nadat de staart zuiver gemaakt en afgebonden is, wordt hij afgesneden en toegebrand. [N 8, 103d]
I-9
|
| 34273 |
de stal uitmesten |
uitkeren:
ūtkē̜rǝ (L382p Montfort)
|
De stal of mestgoot van mest ontdoen. Objecten "stal", "mestgoot" en "mest" zijn niet gedocumenteerd. [N 11, 14; N 5A II, 50a; A 9, 26; JG 1a, 1b, 1c, 1d, 2c; monogr.]
I-11
|
| 18062 |
de stuipen hebben |
de stuipen hebben:
stuupə huibbə (L382p Montfort)
|
stuipen: De stuipen hebben: een aanval van stuipen hebben (spinneweven, spinnevoeten, stuiptrekken, in de gaven liggen). [N 84 (1981)]
III-1-2
|
| 19859 |
de tafel dekken |
de tafel gereedmaken:
də tao:fəl gerei‧dma‧kə (L382p Montfort),
klaarmaken:
klaor make (L382p Montfort),
klaor maken (L382p Montfort),
klaor-maake (L382p Montfort)
|
tafel dekken; Hoe noemt U: De tafel dekken (rechten dekken) [N 80 (1980)]
III-2-1
|
| 24036 |
de toog aankrijgen |
de kleren aankrijgen:
de kleier aankriege (L382p Montfort)
|
De toog/het habijt aankrijgen, gekleed worden. [N 96D (1989)]
III-3-3
|