| 28555 |
in wintertros zitten |
in een druif zitten:
en ǝn druf zetǝ (Q253p Montzen)
|
Het dicht bij elkaar zitten van de bijen in een tros ''s winters als bescherming tegen de koude. [N 63, 54a]
II-6
|
| 28522 |
inballen |
afsteken:
āfštɛǝkǝ (Q253p Montzen)
|
Het insluiten van de koningin door de werksters. Dit gebeurt meestal ter bescherming, maar overbodige koninginnen kunnen door dit inballen ook gedood worden. [N 63, 36a]
II-6
|
| 31069 |
inbranden |
warm insmeren:
wę̄rǝm ę̄šmę̄rǝ (Q253p Montzen)
|
Het aanbrengen van de was met een warm polijstinstrument. Na het likken of aftrekken worden hak en kanten ingebrand. Dit gebeurt niet om deze alleen maar glimmend te maken maar ook om ze hechter en beter bestand te maken tegen de invloeden van vocht en nattigheid. [N 60, 134c]
II-10
|
| 18037 |
indigestie (hebben) |
onverduwen (zijn):
WNT: onverduwlijk - onverdouwelijk: 1) Niet kunnende verteren... 2) Onverteerbaar.
ōnvərdowəŋ (Q253p Montzen)
|
Indigestie: storing van de spijsvertering als gevolg van overlading van de maag, te snel eten (overetendheid, indigestie, maag van streek, muik). [N 107 (2001)]
III-1-2
|
| 17982 |
ingebeelde ziekte |
ingebeelde krankheid:
ɛ̄gəbeldə kraŋkhēt (Q253p Montzen)
|
Ingebeelde ziekte (niebekonter, iepreponder, hype). [N 107 (2001)]
III-1-2
|
| 28476 |
ingelegd |
ingezet:
ɛ̄gǝzet (Q253p Montzen)
|
Gezegd van een moerdop of van een cel, wanneer er door de koningin een eitje in is gelegd. [N 63, 22a; N 63, 21a; N 63, 18; Ge 37, 69]
II-6
|
| 17701 |
ingewanden |
darmen:
därem (Q253p Montzen)
|
de ingewanden [ZND 01u (1924)]
III-1-1
|
| 25433 |
ingewanden van geslacht vee |
darmen:
dārǝm (Q253p Montzen)
|
Ingewanden van geslacht vee. Ook de algemene benamingen voor "ingewanden van vee" zijn hier opgenomen. [N 28, 58; N 28, 88; L 1a-m; L 1u, 106; Veldeke 26, 23; monogr.]
II-1
|
| 17909 |
ingieten (met geluid) |
schudden dat men het hoort:
sjødə dat mən ət hyət (Q253p Montzen)
|
Met een zeker geluid water ergens in gieten (spetteren, klotsen, klateren, spatten, plonsen) [N 108 (2001)]
III-1-2
|
| 21498 |
inkt |
inkt:
ê.ŋk (Q253p Montzen)
|
inkt [ZND m]
III-3-1
|