e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
introïtus introt (<lat.): dər introit (Montzen) De intredezang, introïtus, door het koor gezongen. [N 96B (1989)] III-3-3
inzouten zouten: zo͂ͅ.tə (Montzen), zô’te (Montzen) zouten [ZND 08 (1925)] III-2-3
iris oogappel: owapəl (Montzen) Iris: het gekleurde gedeelte van het oog waarin zich de pupil bevindt (iris, oogappel). [N 106 (2001)] III-1-1
jaargetijde jaargetijde: jōrgetij (Montzen) Een mis op de verjaardag van iemands overlijden, jaardienst, jaargetijde, jaargedachtenis [jörgentij, joaërgedechnis?]. [N 96B (1989)] III-3-3
jachtpak jagerkostuum: jɛ̄gərkostym (Montzen) het jachtcostuum [N 59 (1973)] III-1-3
jachtschoen jagerschoen: N10,207b: Een gewone stevige schoen zoals op afbeelding 206b  jɛgəršōn (Montzen) Hoe noemt u in het algemeen een schoen die op jacht gedragen wordt? [N 60 (1973)] III-1-3
jagersjas jagerrok: dər [jɛ̄gərroͅk (Montzen) groene jas met een plooi in de rug [N 59 (1973)] III-1-3
jak jak: jak (Montzen) jak [ZND m] III-1-3
jaloers jaloers: ook materiaal znd 27, 44  ẓalūes (Montzen), neidisch (du.): ook materiaal znd 27, 44  nīdeṣ (Montzen) jaloers [ZND 01 (1922)] III-1-4
jammer doodjammer: dōēetjòòmer (Montzen), zonde: et es zeung (Montzen) jammer [zund] [N 07 (1961)] III-1-4