e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
kam kam: kâmp (Montzen) kam (enkelvoud - meervoud) [ZND m] III-1-3
kameel kameel: kamiəl (Montzen) kameel: Hoe noemt u in uw dialect het grote zoogdier dat twee bulten op de rug heeft en in de woestijn leeft? [N 100 (1997)] III-3-2
kamer kamer: kāmər (Montzen) kamer [ZND m] III-2-1
kamerjas peignoir (fr.): was vroeger onbekend in de streek.  pɛjnwār (Montzen) een kamerjas [N 59 (1973)] III-1-3
kamerschieten kamers schieten: kāmərə sjiətə (Montzen) Het gebruik om tijdens het rekken van de processie donderbussen af te schieten [kamere aafsjisse]. [N 96C (1989)] III-3-2
kammen kammen: kemə (Montzen) kammen [ZND m] III-1-3
kandelaar op het altaar kaarsenluchter: der kɛetseluëter (Montzen) De kandelaars, de kaarseluchters op het altaar [kèrseluchters, keëtseluëtersj]. [N 96A (1989)] III-3-3
kantlikker bout: bōt (Montzen) Het ijzeren instrument op een houten handvat waarmee men de kanten polijst door er was in te branden. Zie afb. 63. [N 60, 138a] II-10
kanunnik kanunnik (<lat.): ənə knønək (Montzen) Een wereldlijke R.K. geestelijke die deel uitmaakt van een kapittel van een kathedrale kerk, kanunnik. [N 96D (1989)] III-3-3
kapelaan kapelaan: kaplōn (Montzen), ənə kaplaon (Montzen) Een kapelaan [ôngerpastoeër]. [N 96D (1989)] || Hoe noemt men de priester (of de priesters) die de pastoor helpen de parochie bedienen (Fr. vicaire)? [ZND 36 (1941)] III-3-3