| 23875 |
bedevaartganger |
pilger (du.):
pelgər (Q253p Montzen)
|
Een bedevaartganger, pelgrim. [N 96C (1989)]
III-3-3
|
| 23876 |
bedevaartplaats |
heiligdom:
heləchdōm (Q253p Montzen)
|
Een bedevaartsplaats, bedevaartsplaats, genadeoord. [N 96C (1989)]
III-3-3
|
| 23878 |
bedevaartprentje |
bidwegbeeldje:
betwɛ̄chbelsjə (Q253p Montzen)
|
Een prentje ter nagedachtenis aan een bedevaart. [N 96C (1989)]
III-3-3
|
| 23879 |
bedevaartvaantje |
bidwegvaantje:
betwɛ̄chvɛnsjə (Q253p Montzen)
|
Een vaantje of vlagje dat tijdens een bedevaart gedragen en daarna als gedachtenis aan die bedevaart bewaard wordt, bedevaartsvaantje, -vlagje, pelgrimsvlagje. [N 96C (1989)]
III-3-3
|
| 24054 |
bediend worden |
bericht worden:
bəriət wɛədə (Q253p Montzen)
|
Bediend worden, berecht worden, de laatste sacramenten ontvan-gen. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 21558 |
bedienen |
bedienen:
bedēne (Q253p Montzen),
berichten:
ənə bəriətə (Q253p Montzen),
voorzien:
ənə kraŋkə guə vərziə (Q253p Montzen)
|
De communie brengen aan een zieke thuis, bijv. op de eerste vrijdag van de maand [inne ózzen Herrejot bringe, inne verzieë]. [N 96D (1989)] || Hoe heet: iemand van de laatste Sacramenten voorzien? [ZND 32 (1939)] || Iemand bedienen, berechten, iemand de laatste sacramenten toedienen. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 34540 |
bedorven ei |
vuile eieren:
vul ai̯ǝr (Q253p Montzen),
vul ęi̯ǝr (Q253p Montzen)
|
[N 19, 54d; L 6, 39; S 31; monogr.]
I-12
|
| 18965 |
bedriegen |
bedriegen:
ook materiaal Leuv. lijst 21, vr 6a
bədrēgə (Q253p Montzen)
|
bedriegen [ZND 01 (1922)]
III-1-4
|
| 33344 |
bedrijfsgedeelte van het boerenhuis |
stallen:
št˙ɛl (Q253p Montzen)
|
Bedoeld wordt het geheel van stallen en schuur dat achter het woonhuis gelegen is. Bepaalde benamingen zijn specifieke termen voor het bedrijfsgedeelte. Andere opgaven daarentegen zijn algemener en geven daarmee aan dat er voor de bedrijfsgebouwen geen aparte benaming bestaat, ze zijn ook in gebruik voor de boerderij in het algemeen, geven een opsomming van de voornaamste bedrijfsgebouwen of -ruimten (vandaar ook veel meervoudsvormen), verwijzen naar een belangrijk deel van de bedrijfsruimten (zoals de binnenhof of de dorsvloer) of wijzen op dat deel van het complex dat direct aan het woonhuis aansluit (zoals het stookhuis). [N 5A, 31; N 5,126; monogr.]
I-6
|
| 19471 |
bedsprei |
bedsprei:
be.tšprei̯ (Q253p Montzen)
|
bedsprei [RND]
III-2-1
|