| 21527 |
bericht |
bescheid:
beschêt (Q253p Montzen),
nieuws:
nötsch (Q253p Montzen)
|
Ik heb tijding (ting, teng, enz.) gekregen. [ZND 08 (1925)]
III-3-1
|
| 24560 |
berk |
berk:
bêrək (Q253p Montzen)
|
berkeboom [ZND m]
III-4-3
|
| 18060 |
beroerte |
beslag:
bəṣlāx (Q253p Montzen)
|
Beroerte: verlamming veroorzaakt door uitstorting van bloed in de hersenen (beroerte, beslag, slag). [N 107 (2001)]
III-1-2
|
| 28587 |
beroker |
blaasbalk:
blǫsbalǝk (Q253p Montzen)
|
Rookverwekkend apparaat ter kalmering van de bijen, dat men met de hand of mechanisch bedient. Hiermee hoeft men niet, zoals bij een gewone tabakspijp, eerst in te ademen. Men kan er oude lappen, surrogaat-tabak, houtwol, droog mos en andere dingen in stoken. De beroker blijft doorsmeulen en wanneer men rook nodig heeft, doet men een paar slagen met de blaasbalg. Er zijn ook berokers die met een veer werken. Wanneer die opgewonden is, kan het apparaat zichzelf enige tijd aanjagen. Het type Vulcan werkt met zo''n veer. [N 63, 77e; N 63, 76b; N 63, 76a; N 63, 73d; Ge 37, 158; monogr.]
II-6
|
| 20522 |
beschimmeld |
beschimmeld:
beschömelt (Q253p Montzen)
|
beschimmeld/beschimmelen [ZND 06 (1924)]
III-2-3
|
| 20540 |
beschimmelen |
beschimmelen:
bešøͅmələ (Q253p Montzen)
|
beschimmeld/beschimmelen [ZND 06 (1924)]
III-2-3
|
| 20790 |
beschuit |
beschuit:
1a-m met accent circonfl. op y
bəšyt (Q253p Montzen),
1a-m met verkortingsteken op de u
besüt (Q253p Montzen)
|
beschuit [ZND 21 (1936)]
III-2-3
|
| 21730 |
beslag |
slag:
bǝšlāx (Q253p Montzen)
|
Het ijzerwerk aan de onder- en bovenkant van de draaiboom. Zie afb. 16. [N 57A, 4.2; N 57, 9 add.]
II-2
|
| 21532 |
besteken |
schenken:
šeŋkə (Q253p Montzen)
|
schenken [ZND m]
III-3-1
|
| 23507 |
bestelde mis |
gevraagde mis:
də gevrodə mēs (Q253p Montzen),
gəvrodə mēs (Q253p Montzen)
|
Een bestelde H. Mis. [N 96B (1989)] || Een mis die gelezen wordt op verzoek van de gelovigen. [N 96B (1989)]
III-3-3
|