e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

Gevonden: 3044
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
bibberen beven: (zie:) beven (Montzen), bēͅ:və (Montzen), bè:ve (Montzen), bibbelen: bi.bələ (Montzen), bibele (Montzen), bibberen: bibere (Montzen), schudderen: šudere (Montzen) beven, bibberen [ZND 21 (1936)], [ZND m] || bibberen [ZND m] III-1-2
biddag biddag: dər betāch (Montzen) Een dag van aanbidding van het Allerheiligste in de loop van het jaar, per parochie verschillend [biddag, bèèjdaag?]. [N 96B (1989)] III-3-3
bidden beden: bēͅ:nə (Montzen), do mo.bēͅ:nə (Montzen), bidden: béde (Montzen), zich beden: (zəch) bɛ̄nə (Montzen) Bidden, beden, zich beden [bidde, bèèje, zich bèèje, zich bèëne?]. [N 96B (1989)] || Bidden. [ZND 01 (1922)] || Ge moet bidden (in de kerk). [ZND 21 (1936)] III-3-3
bidden uit dankbaarheid bedanken: bədāŋkə (Montzen) Bidden uit dankbaarheid [danke?]. [N 96B (1989)] III-3-3
bidprentje doden-zettel: ənə duədəsĕdəl (Montzen) een bidprentje, doodsprentje, gedachtenisprentje, tijdens de uitvaartdient uitgereikt, "beeldje"[doeëdetsiddel] [N 96D (1989)] III-2-2
bidstoel bedestoel: bɛ̄nsjtōl (Montzen), bidstoel: der bɛtsjtōl (Montzen) Een bidstoel met knie- en armsteun, waarop men alleen maar geknield kan zitten [prie-Dieu?]. [N 96A (1989)] III-3-3
bidstond bidstond: də bɛtschtont (Montzen) Een aanbiddingsuur of bidstonde, aan elk van de wijken of groeperingen van de parochie toegewezen gedurende deze aanbiddingsdagen [bidstond, bèèjstónd, be------nsjtónd?]. [N 96B (1989)] III-3-3
biecht biecht: də biXt (Montzen) De biecht [biech]. [N 96D (1989)] III-3-3
biecht horen biechten: biXtə (Montzen) Biecht horen door de priester. [N 96D (1989)] III-3-3
biechtbriefje biechtbewijs: ə biXtbəwīs (Montzen) Een biechtbriefje, het bewijs dat men de Paasbiecht had gehouden [biechbrifje]. [N 96D (1989)] III-3-3