e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
perstafel, strijktafel strijkdis: štrīkdø̄jš (Montzen) De tafel waarop men strijkt. Men gebruikt de perstafel om de grotere delen als pantalon of overjas op te persen. De perstafel moet gemaakt zijn van een houtsoort die niet splintert, trekt of scheurt. Houtsoorten die erg slecht vocht opnemen, zijn als perstafel ook ongeschikt (Gerritse, pag. 34). De informanten van L 330 en Q 32 strijken ook kragen op de perstafel, omdat zij daar geen apart kragenblok hebben. Zie ook het lemma ɛkragenblokɛ.' [N 59, 18; N 59, 19a; N 59, 19e; monogr.] II-7
perswant mouwehands: mowǝhęjš (Montzen) Perskussen in de vorm van een want; de bovenkant is opgevuld, de onderkant plat. Het is een handig kussen bij naden die met een groot perskussen niet bereikbaar zijn. [N 59, 26b] II-7
perszak zijdoek: zējdōk (Montzen) Poreuze zak van onder meer kaasdoek gemaakt, waarin de ruwe honing wordt verzameld. Men legt deze zak in de honingpers. Onder de druk van de pers komt de honing naar buiten. Wat er uiteindelijk in de perszak overblijft, heeft slechts nog waarde als bemesting. [N 63, 122b; N 63, 122c; monogr.] II-6
perzik pche (fr.): pējsj (Montzen), pējssj (Montzen), peͅəš (Montzen), peͅ‧ə.š (Montzen), pèɛ̄sch (Montzen) [ZND 05 (1924)]perzik [ZND 05 (1924)] I-7
pet: algemeen kap: ka.p (Montzen), kap (Montzen) pet (hoofdbedekking voor mannen) - zijn er verschillende benamingen? [ZND 16 (1934)] III-1-3
petekind patekind: pātəkēŋk (Montzen) een petekind [patekink] [N 96D (1989)] III-2-2
peterselie peterselje: pitərsēljə (Montzen) [ZND 05 (1924)] I-7
petrus en paulusprocessie pieter-en-paulusbronk: də piətər ɛn p"ləsbrōŋk (Montzen) De processie op de zondag na St. Petrus en Paulus [peter en pauls brónk]. [N 96C (1989)] III-3-3
peul leut: lööte (Montzen) de peulen, de doppen van erwten of bonen [N Q (1966)] III-2-3
peul, dop (znw) leusj: lø̄š (Montzen), leut: lööte (Montzen), lø͂ͅt (Montzen) [N Q (1966)] [ZND m] I-7