e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
ring oog: ow (Montzen) Het metalen ringetje waarmee de vetergaatjes worden versterkt. Wat betreft het woordtype blinde ring merkt het wbd (zie wbd II, afl. 3, pag. 720 s.v. ring) op dat een blinde ring een ring is die alleen in de voering of in de voeringbies vastzit en niet zichtbaar is aan de buitenkant van het overleer. [N 60, 31a] II-10
ringen, randen verwijderen van peulvruchten leuten: lötə (Montzen), vimmen: vämə (Montzen), vème (Montzen) [N Q (1966)] [ZND 01 (1922)] [ZND 01u (1924)] I-7
ringvinger ringvinger: rēŋkveŋər (Montzen) Ringvinger: de vierde vinger waaraan men gewoonlijk een ring draagt (ringvinger, goudvinger,vingerling, pillepoort). [N 106 (2001)] III-1-1
rinkelen met de altaarbel schellen: də schɛlə (Montzen) Met deze bel rinkelen, bellen, schellen. [N 96B (1989)] III-3-3
riool afloop: aafloop (Montzen, ... ), goot: göt (Montzen), kanaalafloop: canaalafloop (Montzen), voor: Van Dale: vore, voor, 1. insnijding, snede van de ploeg in een akker; -2. (overdr.) groef, rimpel.  voor (Montzen) Riool (onderaardse buis tot afvoer van vuil water, enz.). [ZND 06 (1924)] III-3-1
rispeleind spits: špets (Montzen) Het spits toelopende uiteinde van de pekdraad waaraan men een varkenshaar bevestigt. [N 60, 195b; N 60, 238a] II-10
rochelen rochelen: roexələ (Montzen) rochelen [ZND m] III-1-2
rochet superplie (<lat.): dər syrpli (Montzen) Het korte witte kleed over de misdienaarstoog [rochet, rökkele?]. [N 96B (1989)] III-3-3
rode aalbes rode wiemelen: verzamelfiche, ook mat. van ZND01, u en ZND02, 4  rue wimmel (Montzen), wiemelen: verzamelfiche, ook mat. van ZND01, u en ZND02, 4  wiemele (Montzen), wĭmel (Montzen) aalbes [ZND 01 (1922)] || rode aalbes [ZND 01 (1922)] I-7
rode biet karoot: kǝrūǝt (Montzen), rode karoot: rūǝ karūǝt (Montzen) Beta vulgaris L. var. rubra L. Deze bietensoort hoort eigenlijk onder de groenten uit de moestuin, en daardoor in de aflevering over de boerderij en het erf, maar is toch hier ondergebracht vanwege "lexicale nabijheid" met biet, kroot. De knollen met een doorsnee van 8-10 cm worden gekookt en warm of koud als salade gegeten. De knollen en het kookvocht hebben een felle donkerpaarse kleur. [A 4, 26d; A 13, 2a; A 49, 1b; L 20, 26d; monogr.] I-5