e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
rouwsluier treursluier: ənə trūrsjløjər (Montzen) een rouwsluier, voile, falie [N 96D (1989)] III-2-2
roux bruine botersaus: brŭng bottersòs (Montzen) Hoe heet het met vet of boter bruin gemaakt meel, dat dient om soep of groenten klaar te maken (Fr. un roux) ? Un roux (composé de farine et de beurre roussi). [ZND 02 (1923)] III-2-3
roven roven: rōvǝ (Montzen) Het nemen van honing door bijen bij andere volken. Bepaalde bijen zijn roofziek van aard en zij proberen honing te bemachtigen overal waar ze die kunnen aantreffen. De aangevallenen proberen de woning wel te verdedigen maar lang niet altijd lukt dat. Overwinnen de rovers, dan wordt heel de korf of kast leeggedragen. Roven kan leiden tot veldslagen tussen bijenvolken, waarbij niet veel bijen overleven. [N 63, 67a; N 63, 67b; Ge 37, 95] II-6
rozenbottel eiker: eikere (Montzen), haanspikkel: haanspikəl (Montzen), hanenpik: hanepék (Montzen), hanenpikkel: hānep‧ĕkel (Montzen), hanenpink: hanepéŋk (Montzen) rozebottel [ZND 02 (1923)] III-4-3
rozenhoedje rozenkrans: dər ruəzəkrāns (Montzen) Een Rozenhoedje (waarbij men 1 maal het bidsnoer langs gaat). [N 96B (1989)] III-3-3
rozenkrans rozenkrans: dər ruəzəkrāns (Montzen) De rozenkrans, het bidsnoer [bid-vr-ons?]. [N 96B (1989)] III-3-3
rozenkransgebed rosaire (fr.): Van Dale (FN): rosaire, rozenkrans, rozenkransgebed.  dər rozɛ̄r (Montzen) Het Rozenkransgebed (hierbij gaat men 3 maal het bidsnoer langs) . [N 96B (1989)] III-3-3
rozenkransmaand rozenkransmaand: dər ruəzəkrānsmont (Montzen) De Rozenkransmaand (d.w.z. oktober). [N 96B (1989)] III-3-3
rug kern: kęǝn (Montzen), rug: rök (Montzen), rø.k (Montzen) Het gedeelte van de huid dat de rug bedekt. Zie afb. 1. [N 60, 3h; N 36, 6a] || rug [ZND 06 (1924)], [ZND m] II-10, III-1-1
rugband martingale: martẽ̜qal (Montzen) De band achter in de (driedelige) rug van een colbert. Vergelijk de lemmata ɛplatstukɛ en ɛjukstukɛ.' [N 59, 92] II-7