e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
rund rind: rent (Montzen), reŋk (Montzen), rēǝnt (Montzen), rɛnt (Montzen) Holhoornig, herkauwend zoogdier dat om zijn vlees en melk en ook wel als trekdier gehouden wordt. [L 6, 22; L 42, 12; S 30; S 49; Wi 6; monogr.] I-11
runderhorzel, horzel horzel: hor’êl (Montzen) horzel [ZND 01 (1922)] III-4-2
rups rups: rups (Montzen), rupš (Montzen) rups [ZND 06 (1924)] III-4-2
rustaltaar altaar: ɛltər (Montzen) Een met bloemen versierd altaar dat langs de processieroute geplaatst is, rustaltaar [mei-altaar, heiligenhuisken, hilliejehuus-je]. [N 96C (1989)] III-3-3
rustperiode in de winter winterslaap: wenteršlǭp (Montzen) Periode van inactiviteit der bijen tijdens de winter. Met uitzondering van de darren overwintert het gehele bijenvolk. Een slaap is het niet te noemen. Er wordt namelijk wel voedsel opgenomen en verteerd, zij het in uiterst kleine hoeveelheden. Er zit ook enige beweging in de tros bijen. Hoe kouder het wordt, hoe dichter de bijen opeendringen. In het midden zit de koningin, omringd door een aantal jonge bijen. [N 63, 54a; N 63, 54b] II-6
ruw uitsnijden bruut uitsnijden: bryt utšniǝ (Montzen), rauw uitsnijden: rōw utšniǝ (Montzen) Op het oog een zool uitsnijden. [N 60, 94] II-10
sacramentsaltaar sacramentsaltaar: dər sakrəmɛ̄ntsɛltər (Montzen) Het sacramentsaltaar (in grote kerken), een afzonderlijk altaar waarop zich het tabernakel met de H. Hosties bevindt. [N 96A (1989)] III-3-3
sacramentsdag sacramentsdag: sakrəmɛ̄ntsdāch (Montzen) Donderdag na de eerste zondag na Pinksteren, Sacramentsdag [papkêrremes, Vroonlaichnaam]. [N 96C (1989)] III-3-3
sacramentshuisje tabernakel (<lat.): et tabernākel (Montzen) Het sacramentshuisje, een vrijstaande of in de muur uitgespaarde kast waarin de geconsacreerde Hosties bewaard worden. [N 96A (1989)] III-3-3
sacramentsprocessie sacramentsbronk: sakrəmēntsbrōŋk (Montzen) De processie die op Sacramentsdag wordt gehouden: Sacramentsprocessie, grote processie. [N 96C (1989)] III-3-3