| 18491 |
sierrozet [wld ii.10, p. 28] |
rozet:
rozet (Q253p Montzen)
|
Een roosvormige versiering (roset) [N 60 (1973)]
III-1-3
|
| 30968 |
siersteken opleggen |
garnituren opnaaien:
garniturǝ opniǝnǝ (Q253p Montzen)
|
Versieringen op schoenen of laarzen stikken. [N 60, 62]
II-10
|
| 24242 |
sijs |
sijsje:
siske (Q253p Montzen, ...
Q253p Montzen)
|
sijs [ZND 06 (1924)], [ZND m]
III-4-1
|
| 17752 |
sik |
bokkenbaardje:
bokəbējətsjə (Q253p Montzen),
geitenbaardje:
geetebätsche (Q253p Montzen),
spitsbaardje:
speetbädsche (Q253p Montzen),
speetsbätsche (Q253p Montzen)
|
Een sikje (puntig baardje aan de kin). [ZND 06 (1924)]
III-1-1
|
| 20791 |
sinaasappel |
appelsien:
apelsiŋ (Q253p Montzen)
|
sinaasappel [ZND m]
III-2-3
|
| 23830 |
sint-antoniusbrood |
teunisbrood:
tønəsbruət (Q253p Montzen)
|
Het Antoniusbrood, als aalmoes geschonken voor de armen. [N 96C (1989)]
III-3-3
|
| 23831 |
sint-antoniusbroodbus |
korf voor het teunisbrood:
dər k"rəf vør ət tønəsbruət (Q253p Montzen)
|
De Antonius-broodbus, de offerbus t.b.v. brood voor de armen. [N 96C (1989)]
III-3-3
|
| 30823 |
sint-crispinus en sint-crispinianus |
heilige crispianus:
helǝgǝ krispiānǝs (Q253p Montzen),
heilige crispinus:
helǝgǝ krispīnǝs (Q253p Montzen)
|
De patroonheiligen van de schoenmakers. Canter zegt op pag. 29: "In de derde eeuw, in de tijd dat in het laat Romeinse Rijk het Christendom gepredikt werd en "het bloed der martelaren het zaad der kerk" werd, trokken twee aanzienlijke Romeinse jonge mannen, twee broers genaamd Crispinus en Crispinianus, naar het Noorden om getuigenis af te leggen van hun geloof en de zegen van het Christendom, die zij zelf dankbaar ontvingen, aan anderen mede te delen. Om in hun onderhoud te voorzien oefenden zijn het schoenmakersvak uit, en deden dat goed. Zij vestigden zich in Soissons in Noord-Frankrijk; overdag bewerkte Crispinianus het leer, Crispinus maakte er schoenen van (het omgekeerde leest men ook); tegelijk predikten zij hun nieuwe geloof aan de velen, die naar hun bezielend woord kwamen luisteren. s Nachts maakten ze gratis schoenen voor de armen en zó groot was de ijver van Crispinus hiervoor, dat hij zelfs leer stal om meer schoenen ten kunnen wegschenken. Nu nog noemt men een weldaad ten koste van anderen een "crispinade". Maar toen de Romeinse keizer Maxentius van hen hoorde, gaf hij zijn hoofdman Rictius Varus bevel de beide broeders te laten arresteren. Iedere poging hen het Christendom te doen afzweren mislukte en met een molensteen om de hals gebonden gooide men hen in het water. Door een wonder verdronken ze niet; de wrede Romeinen kookten hen eerst in een ketel lood, daarna in gloeiende olie, maar een engel haalde hen er uit. Toen eindelijk op 7 November 287 werden ze onthoofd even buiten Soissons in de vallei, die nu nog hun naam draagt. Men beeldt hen dan ook af met als attributen: een schoen, een boek, een molensteen en schoenmakerswerktuigen. [N 60, 229]
II-10
|
| 23847 |
sint-hubertusbrood |
sint-hubertusbrood:
sənthubɛrtəsbruət (Q253p Montzen)
|
Het brood dat op St. Hubertusdag gezegend en uitgereikt werd als afweer tegen hondsdolheid [Sint Hubertusbroeëd]. [N 96C (1989)]
III-3-3
|
| 23429 |
sint-jozefaltaar |
sint-jozepsaltaar:
der sentjoeëzepsɛlter (Q253p Montzen)
|
Het (zij)altaar dat is toegewijd aan de H. Jozef en waarop of waarboven zijn beeltenis zich bevindt [St.Jozef-altaar]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|