e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
slijm slijm: ṣlīm (Montzen) Slijm: kleverige taaie stof, als afscheiding van de slijmvliezen (slijm, zwadder, snotter, snot). [N 107 (2001)] III-1-2
slijpsteen slijpsteen: šlī.pštē.n (Montzen) Steen waarop gereedschappen als beitels, schroevendraaiers, etc. geslepen worden; meer in het bijzonder ook de ronde steen die om een spil of as draait en in een slijpstelling of aan een elektrische slijpmachine is bevestigd. Als slijpsteen worden korrelige, zeer harde steensoorten als amaril en carborundum gebruikt. Zij worden geleverd in grove, middel- en fijne korrel. Zie ook afb. 1. [N 33, 271; L 6, 68b; monogr.; div.] II-11
slingeren schleudern: šlø̜jdǝrǝ (Montzen) Het oogsten van honing door middel van een honingslinger. De ramen worden zo geplaatst dat de toplatten achteraan komen. De reden is dat de stand van de cellen van binnen naar buiten wijst, iets schuin omhoog. [N 63, 126; N 63, 123a; JG 1b; Ge 37, 174; monogr.] II-6
slipjas flankaard: WNT: flankaard, flankerd. Van Flank. 1) Pand van een jas; 2) In Limburg: Lange jas (Schuermans).  fleŋkərt (Montzen), flênkert (Montzen), snippel: Fr. jacquette. [sic; snippel snipper?]  snépel (Montzen), zwaluwstots: zwellemstuts (Montzen) het jacquet-jas (slipjas, billetikker) [N 59 (1973)] || jas (fr. habit) [ZND m] || jas (fr. jacquette) [ZND m] III-1-3
slob [wld ii.10, p. 58] (lucht): Wellicht; geen bijzondere benaming.  luət (Montzen) Hoe noemt u de overbodige ruimte van het boventuig, in de inschot of ter hoogte van het hol (slob)? [N 60 (1973)] III-1-3
slobben flotsen: flødžǝ (Montzen), gapen: gāpǝ (Montzen) Te veel of overbodige ruimte hebben of niet goed aansluiten, gezegd van schoenen. [N 60, 30b; N 60, 30c] II-10
slobben [wld ii.10, p. 58] flotsen: dər šōn gēt flødžə (Montzen), gapen: dər šōn gēt gāpə (Montzen) Hoe zegt u: De schoen zal bij de inschot niet goed aansluiten? (de schoen heeft geen goed slot [N 60 (1973)] || Hoe zegt u: De schoen zal te veel overbodige ruimte hebben (slobben?) [N 60 (1973)] III-1-3
slobkous gamasche: kamas (Montzen) slopkous [ZND m] III-1-3
sloffen sletsen: sjlødzjə (Montzen) Zodanig lopen dat de zool over de grond schuift (sloffen, klossen, sjroevelen, sjroeffelen) [N 108 (2001)] III-1-2
slokdarm slokdarm: ṣlukdɛ̄rəm (Montzen) Slokdarm (slikdarm, krop, gorgel). [N 109 (2001)] III-1-1