e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
smidsgereedschap geschier: gǝšir (Montzen), getuig: gǝtyx (Montzen), werkgetuig: werǝk˲gǝty.x (Montzen) De algemene benaming voor al het gereedschap van de smid. [L 19A, 13; monogr.] II-11
snee brood snee brood: schne met lengteteken  schnè brūët (Montzen) een snede brood [ZND 06 (1924)] III-2-3
sneeuwen sneeuwen: sjneejə (Montzen, ... ), šnii̯ə (Montzen, ... ), ps. letterlijk overgenomen.  šni‧i.ə (Montzen, ... ) sneeuwen [ZND 04 (1924)], [ZND 07 (1924)] III-4-4
sneeuwvlok vlok: flòk (Montzen) vlok [ZND m] III-4-4
sneeuwx sneeuw: sjneejə (Montzen, ... ), sjnîê (Montzen), šni‧ə (Montzen, ... ) sneeuw [RND], [ZND 04 (1924)], [ZND 07 (1924)] III-4-4
snijden leer uitsnijden: lę̄r utšniǝ (Montzen) Het leer snijden in pasklare stukken. [N 60, 38] II-10
snijkant snit: šnet (Montzen) Het scherpe gedeelte van een mes. [N 60, 175a] II-10
snijlood gewicht: gǝwiǝt (Montzen) Het loden blokje dat men op de patronen legt om deze op hun plaats te houden. [N 60, 39b] II-10
snijmes snijmes: šni-jmɛts (Montzen) Het mes waarmee men het leer in pasklare stukken snijdt. Volgens de informant van L 163a is het overleermes 1 cm breed. De informant van Q 253 spreekt van een smal, puntig mesje gekneld in een metalen veer. [N 60, 40] II-10
snijplank blad: blat (Montzen) De lindehouten plank die op de snijtafel ligt en waarop men het leer afsnijdt. De gewone afmetingen zijn 80x50x6 cm. [N 60, 43b] II-10