e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
stelen stelen: štēͅ:lə (Montzen) stelen [ZND 25 (1937)] III-3-1
stelen, scheefslaan snappen: schnappe (Montzen), stritsen: schtritse (Montzen) Hij heeft het in t geheim weggenomen (gemeenzame uitdrukkingen als "scheefslaan, pikken"enz). [ZND 01u (1924)] III-3-1
stelpen van bloed stillen: ət blōt ṣtelə (Montzen) Stelpen van bloed (struppen, stolpen, stoppen, stollen. [N 107 (2001)] III-1-2
stempelen chomeren (<fr.): Karte 422  chôm(i)eren (Montzen), stempelen: Karte 422.  stempel(e)n (Montzen) stempeln (Arbeitslosenunterstützung beziehen) III-3-1
stengel, steel stengel: šteŋǝl (Montzen) Stengel, als deel van een plant. [JG 1a, 1b; monogr.] I-4
sterfbed dodenbed: duədəbeͅt (Montzen) doodsbed [ZND m] III-2-2
sterven hemelen: hemələ (Montzen), sterven: sjtɛrəvə (Montzen) sterven, doodgaan, hemelen gaan [sjterreve, hiemmelejoaë] [N 96D (1989)] III-2-2
stervensgebed gebed voor een stervende: ə gəbɛt vør ənə sjtɛrəvəndə (Montzen) Een gebed voor een stervende, "stervensgebed"[sjtervejebed]. [N 96D (1989)] III-3-3
sterx ster: ps. letterlijk overgenomen.  šteͅ‧ər (Montzen), ṣtèār (Montzen) ster [ZND 07 (1924)] III-4-4
steun stijp: štip (Montzen) Het houten balkje dat de grote balk steunt. [N 57A, 4.5; N 57, 9 add.] II-2