| 19650 |
tamme kanarie |
kanariesvogel:
karnaljesfōgel (Q253p Montzen)
|
kanarievogel [ZND m]
III-2-1
|
| 17761 |
tanden |
tanden (mv.):
laang teng (Q253p Montzen),
lang téng (Q253p Montzen),
laŋ téŋ (Q253p Montzen),
tĕŋ (Q253p Montzen)
|
lange tanden [ZND 07 (1924)]
III-1-1
|
| 20357 |
tante |
meui:
cf. WNT s.v. "meui"; zie "moei
möj (Q253p Montzen),
meun:
mön (Q253p Montzen),
tant:
taant (Q253p Montzen),
tant (Q253p Montzen)
|
moei (tante) [ZND 01 (1922)] || tante (moei) [ZND 11 (1925)]
III-2-2
|
| 32980 |
tarwe |
tarwe:
tɛ̄rǝf (Q253p Montzen),
weit:
wēǝs (Q253p Montzen)
|
Triticum L. Sinds de invoering van betere bemestingmethodes groeit de tarwe ook in de Kempen. Het woordtype koren is als nevenvorm opgegeven in: K 316, 317, 318, 360, L 286, 292, 313, 360, 416, P 45, 119, 175, 192, Q 10, 39 en 97; evenwel alléén in de omzetting van de uitdrukkingen "rogge wordt hoger dan tarwe" of "de tarwe groeit welig" en het kan derhalve niet als een gangbare benaming van de plant worden beschouwd en is zodoende ook niet in het lemma opgenomen. Zie ook de toelichting bij het lemma ''graan, koren'' (1.2.1). Zie afbeelding 1, e.' [JG 1a, 1b; L A1, 82; L 7, 75; L 15, 24; L 28, 33; L 34, 55b; L 35, 61; L lijst graangewassen, 7; S 37; Wi 52; Gwn 9, 2; NE 1, 2; monogr.; add. uit N 15, 1a]
I-4
|
| 23649 |
te communie gaan |
kommunizieren (du.):
komələsērə (Q253p Montzen)
|
Tot de communie gaan, ter communie gaan, te communie gaan, communiceren onder de mis [kómmeletseere?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23932 |
te communie gaan op hoge feestdagen |
op hoogdag kommunizieren (du.):
??
op huəXdāX komələsērə (Q253p Montzen)
|
op hoge feestdagen te communie gaan (ter hoogtij(d) gaan). [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 31131 |
teenstuk |
stoot:
štuǝt (Q253p Montzen)
|
Reparatielapje onder de schoenzool, aan de teen. [N 60, 233d]
II-10
|
| 18483 |
teenstuk [wld ii.10, p. 60] |
stoot:
štuət (Q253p Montzen)
|
Het lapje onder de schoenzool, aan de teen (teenstuk, stootlap, stuitstuk) [N 60 (1973)]
III-1-3
|
| 24004 |
ten doop houden |
over de doopsteen houden:
ət øvər gənə dōpsjtēn hòwə van ət kēŋk (Q253p Montzen)
|
Het ten doop houden, het vasthouden van het kind tijdens de doop. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 23638 |
ten offer gaan |
ten offer gaan:
tən ofər guə (Q253p Montzen)
|
De offergang maken, ten offer gaan. [N 96B (1989)]
III-3-3
|