e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
trap trap: trap (Montzen, ... ), trāp (Montzen, ... ) trap [ZND 06 (1924)], [ZND 12 (1926)] III-2-1
trapleuning leen: lē̜n (Montzen) Geprofileerde lijst die bij het op- en afgaan van de trap als steun kan worden gebruikt. De trapleuning wordt boven de buitenboom tegen de muur aangebracht of boven de binnenboom op balusters bevestigd. [N 55, 136; Wi 13b; L 12, 6; L 37, 31; monogr.] II-9
trapnaaimachine machine met de voet: mašiŋ męt dǝr vōt (Montzen), naaimachine met de voet(en): niǝmašiŋ męt dǝr vōt (Montzen) Naaimachine die men door trapbewegingen van de voet in beweging zet. [N 59, 17b] II-7
trappelen trippelen: tripele (Montzen) Trappelen: in vlug tempo de voeten beurtelings oplichten en weer neerzetten (trappelen, trampelen, droebelen) [N 108 (2001)] III-1-2
trappist trappist: ənə trapist (Montzen) Een Trappist [Latrap]. [N 96D (1989)] III-3-3
trechter trechter: treͅə.tər (Montzen), truatər (Montzen) trechter [ZND 08 (1925)] III-2-1
treeft staander: štęndǝr (Montzen) Rooster om een heet ijzer op te zetten. De informant van Q 83 gebruikt als onderzetter meestal een (schoen)zool. Zie afb. 18. [N 59, 22] II-7
treiteren kwellen: kwēͅlə (Montzen) kwellen [ZND m] III-1-4
trekharmonica harmonica: harmonika (Montzen) Hoe heet het populaire muziekinstrument, dat uit een vierkante blaasbalg bestaat, die met beide handen wordt ineengedrukt of uitgetrokken, terwijl de vingers toesten neerdrukken? [ZND 26 (1937)] III-3-2
trekken trekken: trëke (Montzen) wij trekken [ZND 08 (1925)] III-1-2