| 19378 |
trap |
trap:
trap (Q253p Montzen, ...
Q253p Montzen),
trāp (Q253p Montzen, ...
Q253p Montzen)
|
trap [ZND 06 (1924)], [ZND 12 (1926)]
III-2-1
|
| 19809 |
trapleuning |
leen:
lē̜n (Q253p Montzen)
|
Geprofileerde lijst die bij het op- en afgaan van de trap als steun kan worden gebruikt. De trapleuning wordt boven de buitenboom tegen de muur aangebracht of boven de binnenboom op balusters bevestigd. [N 55, 136; Wi 13b; L 12, 6; L 37, 31; monogr.]
II-9
|
| 28892 |
trapnaaimachine |
machine met de voet:
mašiŋ męt dǝr vōt (Q253p Montzen),
naaimachine met de voet(en):
niǝmašiŋ męt dǝr vōt (Q253p Montzen)
|
Naaimachine die men door trapbewegingen van de voet in beweging zet. [N 59, 17b]
II-7
|
| 17958 |
trappelen |
trippelen:
tripele (Q253p Montzen)
|
Trappelen: in vlug tempo de voeten beurtelings oplichten en weer neerzetten (trappelen, trampelen, droebelen) [N 108 (2001)]
III-1-2
|
| 23282 |
trappist |
trappist:
ənə trapist (Q253p Montzen)
|
Een Trappist [Latrap]. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 19850 |
trechter |
trechter:
treͅə.tər (Q253p Montzen),
truatər (Q253p Montzen)
|
trechter [ZND 08 (1925)]
III-2-1
|
| 28912 |
treeft |
staander:
štęndǝr (Q253p Montzen)
|
Rooster om een heet ijzer op te zetten. De informant van Q 83 gebruikt als onderzetter meestal een (schoen)zool. Zie afb. 18. [N 59, 22]
II-7
|
| 19292 |
treiteren |
kwellen:
kwēͅlə (Q253p Montzen)
|
kwellen [ZND m]
III-1-4
|
| 22743 |
trekharmonica |
harmonica:
harmonika (Q253p Montzen)
|
Hoe heet het populaire muziekinstrument, dat uit een vierkante blaasbalg bestaat, die met beide handen wordt ineengedrukt of uitgetrokken, terwijl de vingers toesten neerdrukken? [ZND 26 (1937)]
III-3-2
|
| 17898 |
trekken |
trekken:
trëke (Q253p Montzen)
|
wij trekken [ZND 08 (1925)]
III-1-2
|