e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
trekkers riempjeren: ręmkǝrǝ (Montzen) Middel om een broek of een vest te kunnen insnoeren. De riempjes achter het vest. [N 59, 143b] II-7
treuzelaar teuzel: vgl Gemmenich b 254, s.v. tösel, treuzelaar, iemand die langzaam werkt  en töšel (Montzen) Wat een treuzelaar! [ZND 08 (1925)] III-1-4
treuzelen klommelen: klŏŏmələ (Montzen), sukkelen: hj zeet do te zökele (Montzen) Hij zit daar te sammelen (dralen, langzaam en aarzelend praten of handelen). [ZND 06 (1924)] III-1-4
troef troef: trŭf (Montzen) Troef: Harten is troef. [ZND 08 (1925)] III-3-2
troeven troeven: truve (Montzen) Troeven. [ZND m] III-3-2
trommeltje trommetje: drømkə (Montzen) trommeltje [RND] III-3-2
trouwboekje trouwboekje: ət trowbøkskə (Montzen) het trouwboekje [trouwbusj-je] [N 96D (1989)] III-2-2
trouwen bestaden: beṣtaane (Montzen), cf. Verdam Middelnederlandsch Handwoordenboek p. 87 s.v. "bestaden"6. uithuwen (ter ee (= echt)  bəštānə (Montzen), trouwen: trowe (Montzen), trowə (Montzen) huwelijk [ZND 01 (1922)] || huwen, verheiraten [ZND m] || Trouwen, mensen in de echt verbinden [trouwe]. [N 96D (1989)] III-2-2, III-3-3
trouwkostuum bruidegom trouwkostuum: ət trowkostüm (Montzen) het bruidspak van de man [broedsantsoch, broeds-mantoer] [N 96D (1989)] III-2-2
trouwring trouwring: ənə trowrēŋk (Montzen) een trouwring [N 96D (1989)] III-2-2