| 29028 |
tweede pas |
tweede keer passen:
twędǝ kiǝr pāsǝ (Q253p Montzen),
tweede pas:
twędǝ pās (Q253p Montzen)
|
[N 59, 76b]
II-7
|
| 20427 |
tweeling |
tweeling:
twēleŋ (Q253p Montzen),
zwillinge (du.):
zwélenge (Q253p Montzen)
|
tweeling [ZND 08 (1925)], [ZND 11 (1925)]
III-2-2
|
| 29136 |
twijnen |
het hanf rollen:
ǝt hanǝf rolǝ (Q253p Montzen)
|
Het in elkaar draaien van hennepvezels tot een draad. [N 60, 197a]
II-10
|
| 33597 |
ui, ajuin |
unne:
øͅnə (Q253p Montzen)
|
ajuin [ZND 01 (1922)]
I-7
|
| 33788 |
uier |
uier:
yr (Q253p Montzen),
ȳr (Q253p Montzen)
|
De melkklier van de koe zoals zij zich uitwendig vertoont onder aan de buik. Op de kaart is het woordtype uier niet opgenomen. [JG 1a, 1b; Gwn V, 7; L 8, 24a; L 14, 27a; RND 127; S 38; Wi 51; monogr.]
I-11
|
| 24260 |
uil |
uil:
ü:l (Q253p Montzen),
uilk:
ül(ek) (Q253p Montzen)
|
uil [ZND m]
III-4-1
|
| 31141 |
uitdraaien, oprekken |
op een leest spannen:
op ǝnǝ lę̄s španǝ (Q253p Montzen)
|
Het rekken van een schoen in de breedte en/of de lengte met behulp van een uitdraaileest of oprekleest of oprekmachine. [N 60, 245a; N 60, 245b]
II-10
|
| 31139 |
uitdraaileest, oprekleest |
spanleest:
španlę̄s (Q253p Montzen)
|
Het apparaat dat men gebruikt voor het uitdraaien of oprekken van schoenen. De spanleest beschrijft de informant van Q 253 als een rechte leest, overlangs in tweeën gezaagd en met een scharnier aan de hiel. Beide delen kunnen uit elkaar geduwd worden door een schroef die men ertussin draait. [N 60, 244c]
II-10
|
| 17854 |
uitglijden |
schampen:
ša.mpə (Q253p Montzen)
|
uitglijden [ZND m]
III-1-2
|
| 28481 |
uitkomen van het broed |
uitbreken:
utbrɛǝkǝ (Q253p Montzen)
|
Het uit de cellen komen van het rijpe broed. Als het broed rijp is, breekt het uit het stadium van pop. De bij wordt geboren als werkbij, koningin of dar. De werkbij komt na 21 dagen, de koningin na 15 à 16 dagen en de dar na 24 dagen te voorschijn. Soms kan er een kleine speling zijn in deze aantallen. De werkbij knaagt bij stukjes en beetjes het celdekseltje weg, de dar scheurt het zegel met de kaken geheel af en de koninginnepop stoot met één kopbeweging de cel, die eerst is rondgesneden, open. [N 63, 23c; Ge 37, 47]
II-6
|