e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
varkenstrog trog: trǭ.x (Montzen) De vaste voerbak in een varkenshok voor het vloeibare voedsel. [N 5A, 60d; A 4, 4d; L 8, 19; L 20, 4d] I-6
varkensvet schmalz (du.): schmals (Montzen), varkensvet: vêrkensfĕt (Montzen), verenvet: vèrəvèt (Montzen) reuzel (gesmolten varkensvet; fr. saindoux) [ZND 06 (1924)] III-2-3
varroa varroa: vrowa (Montzen) Verschijnsel dat wordt veroorzaakt door een parasiet, de varroamijt. Deze mijt zuigt bloed van larven en volwassen bijen. Door dit bloedzuigen wordt de aanwas van een volk ernstig verstoord. [N 63, 71b; N 63, 71d] II-6
vaste misgezangen onveranderlijke misgezangen: də onvərɛndəlege mēsgəzɛŋ (Montzen) De vaste misgezangen [Kyrie, Gloria, Credo, Sanctus, Agnus Dei]. [N 96B (1989)] III-3-3
vaste uitwerpselen drek: drɛk (Montzen), kak: kak (Montzen), stront: stro.nt (Montzen) Vaste uitwerpselen van vee. [JG 1a, 1b; A 9, 24e; A 9, 28c; monogr.] I-11
vaste voer- en drinkbak krib: kri.p (Montzen) De opgemetselde bak of goot, soms in vakken verdeeld, die vóór de koeien langs loopt, waaruit de koeien eten en drinken. De hoogte van de bak verschilt van plaats tot plaats. Het water wordt het laatst in de bak gedaan. De bak is dan meteen schoon. Zie ook het vorige lemma "voer- en drinkgoot" (2.2.14). Zie ook afbeelding 10 bij het lemma "koeienstand" (2.2.23). [N 5A, 37b; N 4, 76; N 5, 96; L 1, a-m; L A1, 174; S 19; Wi 4; monogr.; add. uit N 5A, 37a; A 10, 10] I-6
vasten vasten: vāstə (Montzen) Het zich geheel of gedeeltelijk onthouden van eten; in het bijzonder: slechts eenmaal per dag een volle maaltijd gebruiken, vasten [vaste, va.ste]. [N 96D (1989)] III-3-3
vastenavond vastavond: fastoâvent (Montzen), fastòavent (Montzen), vasjtoəvənt (Montzen), vasjtu.avənt (Montzen) De zondag vóór Aswoensdag, vastenavond [vasteloaëved]. [N 96C (1989)] || t Is Vastenavond. [ZND 08 (1925)] || vastenavond [RND] III-3-2
vastendag vastendag: ənə vāstədāX (Montzen) Een vastendag [vassendag, vasseldag]. [N 96D (1989)] III-3-3
vastenpreek vastenpredik: vāstəprɛ̄dəch (Montzen) De vastenpreek tijdens het lof op de zondagen van de vasten. [N 96C (1989)] III-3-3