e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
vel op gekookte melk lies: lis (Montzen), roomvelletje: rōmvɛlšǝ (Montzen), vel: vɛ̄l (Montzen) Het vlies dat ontstaat bij afkoeling van gekookte melk. [N 6, 16; L 6, 16; L 14, 23; A 39, 7b] I-11
vel op melk lies: ook mat. van ZND 14, vr. 23  lies (Montzen), roomvelletje: ook mat. van ZND 14, vr. 23  roomvelsche (Montzen), vel: ook mat. van ZND 14, vr. 23  vēl (Montzen) velletje op melk [ZND 06 (1924)] III-2-3
veld, open land veld: vēͅ.lt (Montzen) veld III-4-4
veldbonen labbonen: lab[bonen] (Montzen), prinsessebonen: prensɛsǝ[bonen] (Montzen), snijbonen: šnī[bonen] (Montzen), stekkenbonen: štɛkǝ[bonen] (Montzen), struikbonen: štrȳk[bonen] (Montzen) Phaseolus L. Gevraagd is naar bonen die op de akker worden geteeld, maar in de antwoorden zijn ook bonensoorten te vinden die zeker in de moestuin thuishoren zoals tuinbonen (Vicia faba L.). Zodoende bestaat dit lemma eerder uit een opsomming van de namen van bonensoorten die men zoal kent, dan uit een strikt onomasiologisch artikel. Opmerkingen van zegslieden: bij duivebonen: "klein soort tuinbonen"; bij soepbonen: "voor de winterdag"; bij kniebonen: "soort paardeboon"; bij aardmannetjes: "soort struikbonen"; bij zoete bonen: "voor het vee"; bij bittere bonen: "voor de mest"; bij wollen wantjes: "ze worden tesamen met peultjes gegeten". Voor de fonetische documentatie van het woorddeel (-bonen) zie het tweede deel van het lemma Boon, Algemeen. [N P, 23a en 23b; monogr.] I-5
veldkruis kruis aan de weg: et kruts (a gene wēX) (Montzen) Een kruisbeeld in het veld, langs de openbare weg opgericht [veldkruis, devotiekruis?]. [N 96A (1989)] III-3-3
veldleeuwerik, leeuwerik leeuwer: lower (Montzen, ... ), lerche: lerch (Montzen, ... ) leeuwerik [ZND 01 (1922)], [ZND m], [ZND m] III-4-1
velum velum (lat.): dər vēlum (Montzen) Het velum [veeloem?]. [N 96B (1989)] III-3-3
vensterbank vensterbank: vęnstǝrbaŋk (Montzen) Min of meer breed houten of stenen dekstuk aan de binnenzijde van een raam op hoogte van de onderdorpel. Zie ook afb. 57b. Een stenen vensterbank werd in P 48 van 'arduin' ('ardø̜̄n'), in K 314 van 'arduinsteen' ('ardoanstiǝn'), in L 366 van naamse steen en in K 317 van 'marmer' ('męlǝbǝr') vervaardigd. [N 55, 44b; S 39; L 8, 37b; L 31, 12b; L B1, 168; A 46, 10c; monogr.] II-9
vensterluiken slagen: šlē̜x (Montzen  [(enkelvoud: šlax)]  ), vensterslagen: vęnstǝršlē̜x (Montzen) Zie kaarten. De houten panelen die draaiend aan de buitenkant van het huis aan beide zijden van het raam zijn aangebracht. Er bestaan ook losse vensterluiken die 's avonds voor het raam worden geplaatst en 's morgens weer verwijderd worden. Zie voor het woordtype 'vensters' ook Van Keirsbilck I pag. 466 s.v. 'venster': ø̄Ook dikwijls gebruikt in den zin van een beweeglijk luik vóór een venster, aan den buitenkant.ø̄ [N 55, 65a; A 23, 18a; A 46, 11a; L 1 a-m; L 32, 75b; L 1u, 17; L B1, 155; L A2, 409; rnd 49 add.; monogr.; Vld.] II-9
verbergen verbergen: verbèrge (Montzen), vərbeͅ.r.əgə (Montzen), vərbeͅrgə (Montzen), versteken: verstèâke (Montzen), verstommelen: verstumele (Montzen) verbergen [ZND m], [ZND m] III-1-2