e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
versieren (met bloemen) sieren: sērə (Montzen) Het versieren van de straten op de dag(en) vóór de processie [tsere]. [N 96C (1989)] III-3-2
versleten versleten: vəršleͅ.ətə (Montzen) verslijten, versleet, versleten (volt.deelw.) [ZND 25 (1937)] III-1-3
verstevigingsspijlen pennen: (enk)  pɛ̄n (Montzen) Spijlen die door de korf worden gestoken ter versteviging en ondersteuning van de ratenbouw. Enkele stroringen onder de kop steekt de imker een stuk of drie spijlen loodrecht op de kopspijlen en een stuk lager weer een drietal, terwijl enkele ringen boven de onderkant nog eens een paar spijlen komen. De spijlen zijn doorgaans van sporkehout of de vuilboom gemaakt maar er zijn er ook van wilge-, esse-, populiere-, beuke- en notehout. [N 63, 6b; N 63, 5e; N 63, 6c; Ge 37,14] II-6
verstoppertje spelen koekepiep spelen: koekepiep sjpele (Montzen), koekepiep späle (Montzen), koekepîp schpèle (Montzen), versteken spelen: verstäke späle (Montzen) Schuilevinkje spelen (verbergspel). [ZND 06 (1924)], [ZND m] III-3-2
verstuiken verstuiken: ferschtukt (Montzen) ik heb mijn voet verstuikt [ZND 08 (1925)] III-1-2
versuikeren kristalliseren: kristalliseren (Montzen), versuikeren: versuikeren (Montzen) Hard worden van de honing of het kristalliseren van honing: het overgaan van vloeibare vorm naar vaste. Dan is hij versuikerd. Voor de consumptie is versuikerde of gekristalliseerde honing niet minder geschikt dan de vloeibare. Hieruit blijkt dat de honing niet is verhit. [N 63, 118; Ge 37, 182; monogr.] II-6
vervliegen vervliegen: vǝrvlēgǝ (Montzen) In een verkeerde korf of kast vliegen. Door verschillende factoren kunnen zowel de koningin als de werksters als de darren naar de verkeerde korf of kast vliegen. [N 63, 36b] II-6
verwelken welken: weleke (Montzen) verwelken [ZND m] III-4-3
verwelkt gelps: vt dlw/adj: verwelkt  gelps (Montzen), verplakt: verplekt (Montzen) verwelken [ZND m] III-4-3
verwend kindje verdorven kind: verdörəvə kingk (Montzen), vertutteld kindje: vertötelt k’ĕnsche (Montzen) bedorven kindje; het is een - - [ZND 05 (1924)] III-2-2