| 28483 |
verzegeld broed |
verdekseld broed:
vǝrdeksǝlt brūt (Q253p Montzen)
|
Gesloten broed. Het stadium van het broed waarbij de larf volgroeid is. De cel wordt door de werkbijen afgedekt met zegelwas. De larf kan zich gaan verpoppen. [N 63, 25b; N 63, 20a; N 63, 23d; N 63, 23a]
II-6
|
| 28479 |
verzegelen |
verdekselen:
vǝrdeksǝlǝ (Q253p Montzen)
|
Het sluiten van de cellen door de werkbijen met een dekseltje van was. Dit sluiten of verzegelen gaat onmiddellijk vooraf aan het poppestadium van de larven. [N 63, 23a; Ge 37, 71]
II-6
|
| 31128 |
verzolen |
een nieuwe zool zetten:
ǝnǝ nøjǝ zǭl zetǝ (Q253p Montzen)
|
Het van nieuwe zolen voorzien van de schoenen. [N 60, 232b]
II-10
|
| 23312 |
vespers |
vesper (lat.):
də vɛspər (Q253p Montzen),
fispər (Q253p Montzen)
|
De op grote feesten gehouden namiddagdienst waarin door het koor psalmen worden gezongen: de vespers, de vesper. [N 96B (1989)] || de vespers [RND]
III-3-3
|
| 18277 |
vest |
kamizool (<fr.):
ka.məzōͅ:l (Q253p Montzen),
kamesòl (Q253p Montzen),
kamezōl (Q253p Montzen),
ət kamməzōͅl (Q253p Montzen)
|
het vest [N 59 (1973)] || vest (fr. gilet) [ZND 16 (1934)] || wit vest (manskledingstuk waarin het horloge gedragen wordt) [ZND 08 (1925)], [ZND m]
III-1-3
|
| 18533 |
vestzakje |
kamizoolstas (<fr.):
kaməzoͅlstɛ̄jš (Q253p Montzen)
|
het zakje in het vest [N 59 (1973)]
III-1-3
|
| 30928 |
veter |
riem:
rę̄m (Q253p Montzen),
schoensriem:
sxonsrę̄m (Q253p Montzen),
šonsrę̄m (Q253p Montzen)
|
Koord of smal gevlochten band door de ogen van de schoenen geregen, om de kleppen naar elkaar toe te halen en te bevestigen. Het kan van leer of van een andere stof gemaakt zijn. Volgens de informant van P 219 is de staartel breder dan de nestel. [N 60, 27a; N 60, 27b; L 5, 14; Wi]
II-10
|
| 30879 |
vetgat |
kuil:
kul (Q253p Montzen)
|
Het ondiepe gat in de poot van een werktafel dat gevuld is met vet dat dient om de els glad te maken. [N 60, 193c]
II-10
|
| 18479 |
vetleren schoen |
waterproof (eng.):
wātərprōf (Q253p Montzen)
|
Hoe noemt men in het algemeen een vetleren schoen? [N 60 (1973)]
III-1-3
|
| 33756 |
veulen |
veulen:
vø̄ǝlǝ (Q253p Montzen)
|
Jong paard, gewoonlijk tot de leeftijd van twee en een half jaar. [JG 1a, 1b; A 4, 2d; L 20, 2d; L A1, 262; N 8, 1; Gwn 5, 10; RND 107; S 40; Wi 4; monogr.]
I-9
|