e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
verzegeld broed verdekseld broed: vǝrdeksǝlt brūt (Montzen) Gesloten broed. Het stadium van het broed waarbij de larf volgroeid is. De cel wordt door de werkbijen afgedekt met zegelwas. De larf kan zich gaan verpoppen. [N 63, 25b; N 63, 20a; N 63, 23d; N 63, 23a] II-6
verzegelen verdekselen: vǝrdeksǝlǝ (Montzen) Het sluiten van de cellen door de werkbijen met een dekseltje van was. Dit sluiten of verzegelen gaat onmiddellijk vooraf aan het poppestadium van de larven. [N 63, 23a; Ge 37, 71] II-6
verzolen een nieuwe zool zetten: ǝnǝ nøjǝ zǭl zetǝ (Montzen) Het van nieuwe zolen voorzien van de schoenen. [N 60, 232b] II-10
vespers vesper (lat.): də vɛspər (Montzen), fispər (Montzen) De op grote feesten gehouden namiddagdienst waarin door het koor psalmen worden gezongen: de vespers, de vesper. [N 96B (1989)] || de vespers [RND] III-3-3
vest kamizool (<fr.): ka.məzōͅ:l (Montzen), kamesòl (Montzen), kamezōl (Montzen), ət kamməzōͅl (Montzen) het vest [N 59 (1973)] || vest (fr. gilet) [ZND 16 (1934)] || wit vest (manskledingstuk waarin het horloge gedragen wordt) [ZND 08 (1925)], [ZND m] III-1-3
vestzakje kamizoolstas (<fr.): kaməzoͅlstɛ̄jš (Montzen) het zakje in het vest [N 59 (1973)] III-1-3
veter riem: rę̄m (Montzen), schoensriem: sxonsrę̄m (Montzen), šonsrę̄m (Montzen) Koord of smal gevlochten band door de ogen van de schoenen geregen, om de kleppen naar elkaar toe te halen en te bevestigen. Het kan van leer of van een andere stof gemaakt zijn. Volgens de informant van P 219 is de staartel breder dan de nestel. [N 60, 27a; N 60, 27b; L 5, 14; Wi] II-10
vetgat kuil: kul (Montzen) Het ondiepe gat in de poot van een werktafel dat gevuld is met vet dat dient om de els glad te maken. [N 60, 193c] II-10
vetleren schoen waterproof (eng.): wātərprōf (Montzen) Hoe noemt men in het algemeen een vetleren schoen? [N 60 (1973)] III-1-3
veulen veulen: vø̄ǝlǝ (Montzen) Jong paard, gewoonlijk tot de leeftijd van twee en een half jaar. [JG 1a, 1b; A 4, 2d; L 20, 2d; L A1, 262; N 8, 1; Gwn 5, 10; RND 107; S 40; Wi 4; monogr.] I-9