e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
wonen wonen: wānən (Montzen), wonə (Montzen), w‧nə (Montzen) wonen [ZND 08 (1925)], [ZND m] III-2-1
woonkamer, huiskamer stoefje: štyfkə (Montzen) woonkamer [ZND m] III-2-1
woord woord: wŏət (Montzen), wu.at (Montzen), wòat, woeatsche, woeat (Montzen) Een woord, een woordje, dat zijn schone woorden. [ZND 08 (1925)] || woord [RND], [ZND m] III-3-1
worm- en horzelgat beet: bet (Montzen) Gat in het leer, veroorzaakt door een horzelsteek. Runderhorzels leggen hun eieren in de huid van de koe. Als de larven er weer uit zijn gekropen, blijft er een klein gaatje over, dat weliswaar weer dichtgroeit, maar toch altijd een zwakke en lelijke plek in het leer blijft geven (Liedmeier, pag. 2). Steken van andere insecten kunnen dezelfde kwaliteitsverminderende invloed op het leer hebben. [N 60, 7b; N 36, 7] II-10
worst worst: wooəsj (Montzen), woͅ.a‧š (Montzen) worst [ZND 04 (1924)] III-2-3
wortel wortel: wo ̞tsǝl (Montzen), wǫ.tǝl (Montzen), wǫtǝl (Montzen) Het deel van de plant dat onder de grond blijft. Het is in de materiaalverzamelingen overal duidelijk gemaakt dat het niet om groente gaat. Vergelijk daartoe de lemma''s ''winterwortel'' en ''tuinworteltje'' in de aflevering over de moestuin. [JG 1a, 1b; L 8, 100a; L 15, 28; S 45; monogr.] I-4
worteltje moortjes: mörrekere (Montzen) De kleine soort penen die men in de moestuin kweekt [N Q (1966)] I-7
wreef wringel: vreŋǝl (Montzen) Het hoogste deel van de voorzijde van de voet. [N 60, 36, N 60, 15b] II-10
wreef [wld ii.10, p. 23-24] wringel: vreŋəl (Montzen) Het hoogste deel van de voorzijde van de voet? (wreef, wrijf)? [N 60 (1973)] III-1-3
wrijven wrijven: vrīvə (Montzen) wrijven [ZND m] III-1-2