e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
zaligheid zaligheid: də zĕləXhēt (Montzen) Zaligheid. [N 96D (1989)] III-3-3
zand, zandgrond zand: zant (Montzen), zānt (Montzen), zavel: zāvǝl (Montzen) Zand is steenstof, een geologische formatie die uit losse, fijne korrels kwarts en glimmer bestaat. Zandgrond is de grondsoort die uit zand bestaat, en is lichte, niet zoʔn vruchtbare grond. Zavel bestaat voornamelijk uit zand met wat lichte klei. [N 27, 40; Wi 52; S 45; L 7, 61a; L 8, 103; N 11, 2f add.; N 18, add.; A 10, 4; Vld.; monogr.] I-8
zandfiguren bij de processie sterren: ??  sjtɛ̄rə (Montzen) De zandfiguren die op straten en stoepen worden gestrooid. [N 96C (1989)] III-3-3
zang gezang: gezâŋk (Montzen) Gezang. [ZND m] III-3-2
zanglijster, lijster lijster: lîster (Montzen) lijster [ZND 01 (1922)] III-4-1
zaniken, zeuren bazelen: bažele (Montzen) Hij kan zaniken (zeuren; tot vervelens toe over hetzelfde praten). [ZND 08 (1925)] III-3-1
zedenpreek predik: də prɛ̄dəch (Montzen) Een zedenpreek, vermanende zedenles, sermoen. [N 96B (1989)] III-3-3
zedig fatsoen: fatsūn (Montzen), fatsoenlijk: fatsüŋləX (Montzen) Zedig. [N 96D (1989)] || Zedigheid. [N 96D (1989)] III-3-3
zeef van paardenhaar zij van paardshaar: zej va pɛǝtshǭr (Montzen) Een ronde zeef vervaardigd van paardenhaar. [N 57, 20c] II-2
zeefdoek zijdoek: zējdōk (Montzen) Het doek dat men in de koperen zeef legt. In L 387 had men geen koperen zeef en gebruikte men alleen de jute zakken als zeef. De "fijne draad" die men in Q 0112 toepaste valt te vergelijken met de dunne draad die men gebruikte in een hor. [N 57, 20b] II-2