e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

Gevonden: 3044

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
absolutie absolution (du.): absolüsiuən (Montzen) Absolutie [abseloetsioeën]. [N 96D (1989)] III-3-3
abt overste: ənə øvəsjtə (Montzen) Een overste in een klooster, abt [euverste, opperste]. [N 96D (1989)] III-3-3
abuis er neven: do. beͅ.s tərneͅ:və (Montzen), ook materiaal znd 19a,6  dō bēͅs tər nēͅv’ə (Montzen), mis: mês (Montzen) abuis [ZND 01 (1922)] || Dat is mis. [ZND 38 (1942)] || Ge zijt abuis (= ge vergist u). [ZND 19 (1936)] III-1-4
achterbies [wld ii.10, p. 25-26] bies: bīs (Montzen) Een reep leer, die aan de buitenkant van de schoen, van de hak af naar boven loopt, evenwijdig aan de achillespees en die vaak diende om een eventuele naad te verbergen, b.v. bij derby modellen (achterbies)? Zie tek. 18b [N 60 (1973)] III-1-3
achtereen, na elkaar achtereen: âterên (Montzen), ps. boven de é moet nog een dakje (^) staan!  âtené (Montzen) achtereen [ZND m] III-4-4
achterlap lap van de knuppel: lap van dǝr knøpǝl (Montzen) De achterlap is het stuk leer dat dient als buitenste laag, dus als loopvlak, van de hak. Een hak is opgebouwd uit drie delen, de "omloper", de "onderstukken" en de "achterlap". Zie afb. 51. [N 60, 128c] II-10
acoliet misdienaar: dər mēsdēnər (Montzen) Een acoliet, een oudere misdienaar. [N 96B (1989)] III-3-3
adamsappel adamsappel: ādamsapəl (Montzen) Adamsappel (bierknop, (keel)knobbel). [N 109 (2001)] III-1-1
adem adem: om (Montzen), ōͅ:m (Montzen) adem [ZND 01u (1924)] III-1-1
ademen adem scheppen: ich kô.s ənt ōͅ:m šø.pə (Montzen), ademen: ich kô.s ənt ōͅ:mə (Montzen), ome (Montzen), ōͅ:mə (Montzen, ... ) ademen [ZND 01u (1924)], [ZND m] || Ik kon niet ademen [ZND 19 (1936)] III-1-1