| 24401 |
zilvervisje |
schietworm:
šiətwø̄rəm (Q253p Montzen)
|
zilvervisje: Hoe heet het zilverkleurige glanzende insect dat in huis op donkere, vochtige plaatsen voorkomt en leeft van papier, enz. Het is heel snel en lijkt zich voort te bewegen als een vis in het water (--, suikergast, boekworm). [N100 (1997)]
III-4-2
|
| 22771 |
zingen |
zingen:
zenge (Q253p Montzen),
zinge (Q253p Montzen)
|
III. zingen; hij zong; gezongen. [ZND 25 (1937)]
III-3-2
|
| 23502 |
zingende mis |
zingmis:
zeŋmēs (Q253p Montzen)
|
Een mis waarin de gelovigen geestelijke liederen zingen [zingende mis, zingmès?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 18198 |
zitvlak van een broek |
bodem:
van met een v-tje op de a zoals ø
bōm van də boks (Q253p Montzen)
|
het kruis van de broek (zolder, kont, kruis, schreej enz.) [N 59 (1973)]
III-1-3
|
| 17828 |
zoeken |
zoeken:
zöke (Q253p Montzen)
|
wij zoeken [ZND 08 (1925)]
III-1-2
|
| 20828 |
zoethout |
zoethout:
zöthoot (Q253p Montzen)
|
zoethout [ZND 01u (1924)]
III-2-3
|
| 25872 |
zoetstof |
kristalsokker:
kristalsukǝr (Q253p Montzen)
|
De zoetstof die bij het sap wordt gevoegd als de appels te zuur zijn. De zegsman uit Q 249 merkt op dat men ingeval van zure appels 20 kg. suiker bij het sap voegde. Toch werd in slechts weinig plaatsen suiker gebruikt om het sap zoeter te maken. Volgens de respondenten uit L 379 en L 387 gebruikte men geen suiker maar suikerbieten of zoet fruit, omdat zó werd voorkomen dat het sap zou aanbranden. [N 57, 5]
II-2
|
| 26149 |
zomen |
zomen:
zø̄mǝ (Q253p Montzen),
zø̜̄mǝ (Q253p Montzen)
|
Van zomen voorzien. Zie ook het lemma ɛzoomɛ.' [N 59, 65; N 62, 14b; L 8, 127; MW; S 46; monogr.]
II-7
|
| 23765 |
zon- en feestdagen |
zondagen:
Algemeen.
zōndəgə (Q253p Montzen),
zondagen en feestdagen:
zōndəgə ɛn fɛstdàch (Q253p Montzen)
|
Zon- en feestdagen (ledige dagen) . [N 96C (1989)]
III-3-3
|
| 23933 |
zondag |
zondag:
dər zōndəX (Q253p Montzen)
|
De zondag, dag des Heren. [N 96D (1989)]
III-3-3
|