| 21128 |
damesfiets |
vrouwenvelo:
Algemene opmerking: lijst zo letterlijk mogelijk overgenomen (dus niet(s) omgespeld, omdat er geen (duidelijk) spellingssyteem vermeld staat).
dər vrowəvelo (Q253p Montzen)
|
Hoe noemt u in uw dialect: een rijwiel waar vrouwen op rijden [N 99 (1991)]
III-3-1
|
| 18263 |
damesmantel |
mantel:
ma͂ntəl (Q253p Montzen),
mântel (Q253p Montzen),
paletot (fr.):
paleto (Q253p Montzen)
|
mantel (enkelvoud - meervoud) [ZND m]
III-1-3
|
| 22645 |
dammen |
dam spelen:
Karte 92.
Dame spielen (Q253p Montzen)
|
Dame spielen.
III-3-2
|
| 19633 |
dampen |
dampen:
de͂ͅ.mpə (Q253p Montzen)
|
dampen, wasemen [ZND 33 (1940)]
III-2-1
|
| 17805 |
dansen |
dansen:
dânse (Q253p Montzen)
|
dansen [ZND m]
III-1-2
|
| 28402 |
dar |
droon:
drōn (Q253p Montzen)
|
Het mannelijk dier in het bijenvolk. De dar is geboren uit een onbevruchte eicel. In de bijenwoning doet hij niets anders dan eten. Zijn enige functie is het helpen warm houden van het broed door zijn aanwezigheid. Onmisbaar zijn de darren voor de bevruchting van de jonge koningin. Na de paring sterft de dar. De darren worden in mei of vlak daarna geboren. Als het bijenjaar ten einde spoedt, in augustus of september, worden de darren verdreven door de werksters en sterven zij. De dar heeft geen angel. Voor het woorddeel (-bij) leest men de woordtypen bij/bie en bien. In welke plaatsen deze woordtypen respectievelijk voorkomen, ziet men in het lemma Bij. Voor de fonetische documentatie ervan wordt ook verwezen naar het lemma Bij. [N 63, 12c; S 3; L 1a-m; JG 1a + 1b; JG 2b-5, 2; R 3, 42; A 9, 2; Ge 37, 2; monogr.]
II-6
|
| 28485 |
darrenbroed |
dronenbroed:
drōnǝbrūt (Q253p Montzen)
|
Het broed in de grootste cellen, waaruit de darren ontstaan. [N 63, 24b; N 63, 20a; N 63, 24a]
II-6
|
| 28463 |
darrenraat aanbouwen |
droonbroed bouwen:
drōnbrūt bowǝ (Q253p Montzen)
|
Het aanzetten van darrenraten of darrenbroed. Tegenover het fijn werk van de werkbijenraat staat het grof werk van de darrenraat. Tegen het zwermen en na het bouwen van de werkbijenraat worden de darrenraten aangebouwd. De raten staan dan stomp. [N 63, 16e]
II-6
|
| 23992 |
de absolutie geven |
absolution (du.) geven:
də absolüsiuən gɛɛvə (Q253p Montzen)
|
De absolutie geven [absolvere]. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 23256 |
de avond luiden |
nacht luiden:
nātloege (Q253p Montzen)
|
Het angelus luiden aan het begin van de avond [het luidt......?] [de koster luidt......?]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|