| 23698 |
de kerkgang uitzegenen |
uitzegenen:
utzɛ̄nə (Q253p Montzen)
|
Het "uitzegenen"bij gelegenheid van de kerkgang [oeszeëne?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 25916 |
de ketel leegscheppen |
uit gene ketel scheppen:
ūt gǝnǝ kɛotǝl šøpǝ (Q253p Montzen)
|
Het uitscheppen van de ketel met behulp van een koperen of houten schep. Om de laatste resten beter uit de ketel te kunnen verwijderen, plaatste men in Q 249 de ketel schuin door er een grote hamer onder te leggen. In L 387 had men een speciale ketelschraag die werd gebruikt om de ketel schuin te zetten bij het leegmaken. [N 57, 29; N 57, 30 add.]
II-2
|
| 28630 |
de koningin merken |
tekenen:
tēkǝnǝ (Q253p Montzen)
|
Het duidelijk herkenbaar maken van de koningin door verf, lak, gekleurde plaatjes. Volgens informanten gebruikt men ook Tippex, gekleurd zilverpapier en nagellak. Een goedkoop en uitstekend middel tot herkenning zijn de staniolplaatjes. Men heeft ze in de kleuren rood, groen, zilver en goud. Elk jaar wordt een andere kleur gebruikt. Er zijn kleine nummertjes op gedrukt van 1 tot en met 100. Met kleefstof wordt één zo''n plaatje op het borststuk van de moer bevestigd. Het nummer geeft het individu aan en de kleur de ouderdom (De Roever, pag. 544). [N 63, 102a; N 63, 102b; Ge 37, 166; monogr.]
II-6
|
| 23687 |
de kruisweg bidden |
de kruisweg beden:
dər krytswɛ̄ch bɛ̄nə (Q253p Montzen)
|
De kruisweg bidden (in de vastentijd, op Goede Vrijdag, na n begrafenis) [de kruutswèèg bèèje, de statioeëne beëne?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23260 |
de middag luiden |
noen luiden:
nōnloege (Q253p Montzen)
|
Het angelus luiden rond het middaguur [het luidt......?]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 23550 |
de mis dienen |
de mis dienen:
də mēs dēnə (Q253p Montzen)
|
De mis dienen [diene, de mès deene?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23519 |
de mis doen |
de mis doen:
də mēs duə (Q253p Montzen),
de mis lezen:
də mēs lɛ̄zə (Q253p Montzen)
|
De mis doen, opdragen. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23525 |
de mis plechtig doen |
zingen:
də mēs zeŋə (Q253p Montzen)
|
De mis plechtig opdragen, celebreren. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23686 |
de missie preken |
de mission (du.) prediken:
də misiuən prɛ̄dəgə (Q253p Montzen)
|
De missie preken. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23261 |
de morgen luiden |
dag luiden:
dāXloege (Q253p Montzen)
|
Het angelus luiden in de ochtend [de morgenklok?] [het luidt......?]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|