e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

Gevonden: 3044
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
de kerkgang uitzegenen uitzegenen: utzɛ̄nə (Montzen) Het "uitzegenen"bij gelegenheid van de kerkgang [oeszeëne?]. [N 96B (1989)] III-3-3
de ketel leegscheppen uit gene ketel scheppen: ūt gǝnǝ kɛotǝl šøpǝ (Montzen) Het uitscheppen van de ketel met behulp van een koperen of houten schep. Om de laatste resten beter uit de ketel te kunnen verwijderen, plaatste men in Q 249 de ketel schuin door er een grote hamer onder te leggen. In L 387 had men een speciale ketelschraag die werd gebruikt om de ketel schuin te zetten bij het leegmaken. [N 57, 29; N 57, 30 add.] II-2
de koningin merken tekenen: tēkǝnǝ (Montzen) Het duidelijk herkenbaar maken van de koningin door verf, lak, gekleurde plaatjes. Volgens informanten gebruikt men ook Tippex, gekleurd zilverpapier en nagellak. Een goedkoop en uitstekend middel tot herkenning zijn de staniolplaatjes. Men heeft ze in de kleuren rood, groen, zilver en goud. Elk jaar wordt een andere kleur gebruikt. Er zijn kleine nummertjes op gedrukt van 1 tot en met 100. Met kleefstof wordt één zo''n plaatje op het borststuk van de moer bevestigd. Het nummer geeft het individu aan en de kleur de ouderdom (De Roever, pag. 544). [N 63, 102a; N 63, 102b; Ge 37, 166; monogr.] II-6
de kruisweg bidden de kruisweg beden: dər krytswɛ̄ch bɛ̄nə (Montzen) De kruisweg bidden (in de vastentijd, op Goede Vrijdag, na n begrafenis) [de kruutswèèg bèèje, de statioeëne beëne?]. [N 96B (1989)] III-3-3
de middag luiden noen luiden: nōnloege (Montzen) Het angelus luiden rond het middaguur [het luidt......?]. [N 96A (1989)] III-3-3
de mis dienen de mis dienen: də mēs dēnə (Montzen) De mis dienen [diene, de mès deene?]. [N 96B (1989)] III-3-3
de mis doen de mis doen: də mēs duə (Montzen), de mis lezen: də mēs lɛ̄zə (Montzen) De mis doen, opdragen. [N 96B (1989)] III-3-3
de mis plechtig doen zingen: də mēs zeŋə (Montzen) De mis plechtig opdragen, celebreren. [N 96B (1989)] III-3-3
de missie preken de mission (du.) prediken: də misiuən prɛ̄dəgə (Montzen) De missie preken. [N 96B (1989)] III-3-3
de morgen luiden dag luiden: dāXloege (Montzen) Het angelus luiden in de ochtend [de morgenklok?] [het luidt......?]. [N 96A (1989)] III-3-3