| 23707 |
een kruisje op het brood maken |
het brood zegenen:
ət bruət zɛ̄nə (Q253p Montzen)
|
Het gebruik om een brood met het mes te bekruisen, voordat men het aansnijdt; men maakte met het broodmes een kruisje aan de onderkant van het brood [n kruuske ónder de mik maake?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 23706 |
een kruisteken maken |
n kruus maake:
zəch zɛ̄nə (Q253p Montzen)
|
Een kruisteken maken/slaan, zich bekruisen, zich zegenen [zich bekruuse [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 17887 |
een kuil graven |
een kuil maken:
kul mākə (Q253p Montzen)
|
Een kuil maken (dappen, graven) [N 108 (2001)]
III-1-2
|
| 17843 |
een nachtmerrie hebben |
van de maar gereden zijn:
van der maar gereejə (Q253p Montzen)
|
Nachtmerrie; hoe vertaalt gij, fr. jai eu le cauchemar? [ZND 05 (1924)]
III-1-2
|
| 18273 |
een paar schoenen |
een paar schoenen:
e pâr schōn (Q253p Montzen)
|
een paar schoenen [ZND 06 (1924)]
III-1-3
|
| 31607 |
een paard beslaan |
beslaan:
bǝšluǝ (Q253p Montzen)
|
Een paard van hoefijzers voorzien. Tijdens het beslaan wordt het paard in de hoefstal van de smidse geplaatst. De hoefsmid verwijdert eerst met behulp van de hoefhamer en de hoeftang het oude hoefijzer. Vervolgens bewerkt hij de hoef door middel van het hoefmes en de hoefrasp. Het nieuwe hoefijzer wordt gewoonlijk warm gepast. Daarvoor wordt het gelijkmatig donkerrood verhit en enige ogenblikken tegen de besneden hoef gehouden. Het ijzer moet overal dicht tegen de hoef passen; aan onverbrande plaatsen onder de hoef kan de smid zien dat deze nog met de hoefrasp moet worden bijgewerkt. Het ijzer wordt met hoefnagels aan de hoef bevestigd. De nagels worden daartoe eerst met behulp van de beslaghamer door de hoef geslagen. Dan worden de uitstekende uiteinden van de hoefnagels met de hoeftang tot op 3 mm afgeknepen. Het gedeelte van de hoefnagel dat nog uitsteekt, wordt vervolgens omgeslagen in een uitholling van de hoef die door middel van de onderkapper is gemaakt. Tot slot wordt de hoef soms nog met de hoefrasp bijgewerkt. [JG 1a; JG 1b; N 100, 17; monogr.]
II-11
|
| 17876 |
een pak slaag krijgen |
slaag krijgen:
schlèch (Q253p Montzen),
smakken krijgen:
schmagge (Q253p Montzen),
strepen krijgen:
striepe (Q253p Montzen)
|
hij zal strepen krijgen (een pak slaag) [ZND 07 (1924)]
III-1-2
|
| 28497 |
een redcel aanzetten |
noodcel bouwen:
nuǝtsɛl bowǝ (Q253p Montzen)
|
Het uitbouwen van een werkstercel tot een koninginnedop of moerdop in geval van plotselinge moerloosheid. Een werkbijlarve moet dan koningin worden. Ze wordt gevoerd met koninginnevoedsel. [N 63, 61c]
II-6
|
| 23699 |
een rozenhoedje bidden |
rozenkrans beden:
dər ruəzəkrāns bɛ̄nə (Q253p Montzen)
|
Een Rozenhoedje bidden [de roozekrans bèèje, ziech der roeëzekrans beëne?]. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 22385 |
een spel kaarten |
kaartenspel:
kâtespél (Q253p Montzen)
|
Kaartspel. [ZND m]
III-3-2
|