e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

Gevonden: 3044
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
een ziekte onder de leden hebben krankelijk zijn: krɛŋkələx ziə (Montzen) Een ziekte onder de leden hebben (op het lijf, in geen goed vel steken). [N 109 (2001)] III-1-2
een zwerm opvangen vangen: vaŋǝ (Montzen) Het opvangen van een zwerm in een schepkorf. Wanneer een zwerm zich vastgezet heeft aan een tak of iets dergelijks, dan brengt de imker een kleine schepkorf onder de tros. Met een flinke ruk aan de tak valt de zwerm in de korf. Wanneer de bijen in de korf zitten, wordt deze langzaam omgedraaid, omdat de bijen zich aan de strowand of aan elkaar moeten kunnen vastklemmen. Soms moet men een tweede of derde ruk aan de tak geven. Hoe langer een zwerm hangt, hoe vaster hij zit. Een imker moet dus met scheppen niet al te lang wachten. De objecten zwerm, bij e.a. zijn in dit lemma niet gedocumenteerd. [N 63, 84a; JG 1a+1b; JG 2b-5, 4; Ge 37, 105; monogr.] II-6
eend eend: ęnt (Montzen) [JG 1a, 1b, 1c, 2c; S 18; S 49; L 1a-m; NE II, 55; Vld.; L A1, 48; monogr.] I-12
eenvoudig eenvoudig: êvèldex (Montzen), einfach (du.): èfe (Montzen), êfax (Montzen) eenvoudig [ZND m] III-1-4
eer aan de vader eer zij de vader: Duitse vorm!  Ehre sei dem Vater (Montzen) Het "Eer aan de Vader..."of "Glorie zij de Vader...". [N 96B (1989)] III-3-3
eerherstellende communie reparationskommunion (<du.): də reparasiuənskomyniuən (Montzen) Een eerherstellende communie op de 1e vrijdag van de maand. [N 96B (1989)] III-3-3
eerste baardharen duivelshaar: dy(3)̄vəlshōr (Montzen) Eerste baardharen (duivelshaar, melkbaard, vleughaar, dons). [N 109 (2001)] III-1-1
eerste communie kleine kommunion (du.): də kleŋ komünium (Montzen) De eerste H. Communie. [N 96D (1989)] III-3-3
eerste mis van de neomist primiz (du.): də primits (Montzen) De eerste H. Mis van de Neomist in de parochie van herkomst [priemiets, ieësjte maes]. [N 96D (1989)] III-3-3
eerste nazwerm nazwerm: nǭzwɛ̄rǝm (Montzen) De eerste nazwerm of met de voorzwerm meegerekend de tweede zwerm. Ze is kleiner dan de voorzwerm. Acht of tien dagen nadat de voorzwerm is weggevlogen, vliegt de tutende, nieuw uitgelopen en nog onbevruchte moer of koningin met een deel van het bijenvolk weg. In deze eerste nazwerm kunnen koninginnen zitten die allemaal nog onbevrucht zijn. Zij vormen ofwel nieuwe afsplitsingen ofwel zij bevechten elkaar op leven en dood, totdat er nog één koningin overblijft. Een volk kan slechts één koningin gebruiken. [N 63, 29c; N 63, 37b; N 63, 37e; JG 1a+1b; JG 2b-5; A 9, 6; monogr.] II-6