e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

Gevonden: 3044

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
alles kwijt op: [of noep?]  ech ben uoep (Montzen), poei: puj (Montzen) Hij is alles kwijt (bij het spel alles verliezen). [ZND 01u (1924)] || Kwijt (alles - bij het spel). [ZND m] III-3-2
als getuige ten doop komen als getuige naar de doop komen: als gətüX nŏ də dōp kaomə (Montzen) Als getuige ten doop komen [an doof kómme]. [N 96D (1989)] III-3-3
altaar altaar (<lat.): der ɛlter (Montzen) Een altaar [altaor, altooër, alter, outaar, outer?]. [N 96A (1989)] III-3-3
altaarbel schel: də schɛl (Montzen) De 3 of 4 belletjes omvattende bel/schel, die door de misdinaar bediend wordt [schel, sjel?] . [N 96B (1989)] III-3-3
altaarretabel triptiek (<fr.): der triptik (Montzen) Een altaarretabel, -triptiek, -drieluik. [N 96A (1989)] III-3-3
alziend oog godsoog: ət gotsow (Montzen) Een ingelijste plaat waarop een groot oog in een driehoek is afgebeeld, met daarbij de tekst: God ziet mij. Hier vloekt men niet. (Godsoog, Alziend Oog, Christusoog?). [N 96B (1989)] III-3-3
ambacht van schoenmaker het schoesteren: ǝt šustǝrǝ (Montzen) [N 60, 221a] II-10
ampullen pullen (<lat.): de pølə (Montzen) Het water- en het wijnkannetje die in de mis gebruikt worden, ampullen [pölle?]. [N 96B (1989)] III-3-3
andijvie andijve: andief (Montzen, ... ) [ZND 01 (1922)] [ZND 32 (1939)] I-7
angel angel: aŋǝl (Montzen) Het verdedigingsmiddel van de bij dat zich aan het achterlijf bevindt. Het is een scherp, hol spiesje, van weerhaakjes voorzien en verbonden met een gifblaasje. Hiermee steken moer en werkbij. De dar mist dit wapen. [N 63, 73a; L 32, 26; JG 1a+1b; monogr.] II-6