e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

Gevonden: 3044
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
gebouw bouw: bou̯ (Montzen, ... ), bu̞u̯ (Montzen), gebouw: gəbøͅi̯ (Montzen, ... ), gəb‧y(3)̄i̯ (Montzen, ... ) een nieuw gebouw [ZND 35 (1941)] || gebouw [ZND 12 (1926)] III-2-1
gebruik bruik: brûk (Montzen), gebruik: gebrûk (Montzen), gewente: gewènde (Montzen) Dat is maar een gewoonte. [ZND 35 (1941)] || Gebruik. [ZND m] III-3-2
gedoopt worden gedoopt worden: gədøpt wɛədə (Montzen) Gedoopt worden. [N 96D (1989)] III-3-3
gedrongen postuur geblokt: gəblokt (Montzen) Gedrongen, een gedrongen postuur hebben (gestuikt, knoest). [N 109 (2001)] III-1-1
gedurige aanbidding eeuwige aanbidding: də ewəgə ābɛ̄noŋ (Montzen) Altijddurende/gedurige aanbidding van het Sacrament des Altaars. [N 96B (1989)] III-3-3
geelzucht geel verf: geel vĕrf (Montzen), geͅ.l veͅrəf (Montzen) geelzucht [ZND 01u (1924)] III-1-2
geen stand hebben scheef zijn: (de schoen) es šę̄f (Montzen) De uitdrukking waarmee men aangeeft dat een schoen er niet goed uitziet, dat hij geen stand heeft. [N 60, 225b] II-10
geestelijke weltgeestelijke: ənə wɛɛltgesləX (Montzen) Een priester die geen pater is [heer, geesteling]. [N 96D (1989)] III-3-3
geestelijke communie een gedanke kommunizieren (du.): ?  e gədāŋkə komələsērə (Montzen), kommunion in gedanken (du.): de komyniuən e gədāŋkə (Montzen) De geestelijke communie, in de geest communiceren. [N 96B (1989)] III-3-3
geeuwhonger geeuwhonger: giehoŋər (Montzen), schwatzfieber: swastfieber (Montzen) geeuwhonger [ZND 01 (1922)] III-2-3