e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

Gevonden: 3044
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
gesloten kapelletje? kapelletje: et kapelsje (Montzen) Een kapelletje waar men niet in kan, waarin achter traliewerk een kruis of een beeld staat. [N 96A (1989)] III-3-3
gesneden vrouwelijk varken gelts: g`e.ls (Montzen) Uit de antwoorden blijkt dat gelt verschillende betekenissen kan hebben. Er zijn informanten (K 278, L 421, 422, 423, Q 197, 211) die zeggen dat het snijden van een vrouwelijk varken ter plekke onbekend is. Het onvruchtbaar maken bestond uit het doorknippen van de eileiders. [N 19, 9; A 4, 4c; L 20, 4c; L 37, 49e; JG 1b; L 37, 49f; monogr.] I-12
gesp gespel: gaspel (Montzen, ... ), gaspəl (Montzen), snal: šnal (Montzen), snal (<du.): snal (Montzen, ... ), šnal (Montzen, ... ) Andere versieringen? (strikken, pompons etc.)? [N 60 (1973)] || de gesp aan de broek [N 59 (1973)] || De gesp op bepaalde damesschoenen en sportieve modellen. [N 60, 33] || De gesp op bepaalde damesschoenen en sportieve modellen? [N 60 (1973)] || gesp [ZND 01u (1924)], [ZND m] II-10, III-1-3
gespenbottine snalschoen (<du.): Met een gaspel (bij molières), met een sjnal (bij bottines).  šnalšōn (Montzen) Kent u het woord gespenbottine? Wat betekent het, hoe ziet deze bottine er uit, en hoe spreekt u het woord uit? [N 60 (1973)] III-1-3
gesteven hemd gestijfd hemd: [hemme, cfr. N 59 (1973)]  yəštift [hɛmə} (Montzen) een gesteven hemd [ZND 07 (1924)] III-1-3
gestichte mis gestichte mis: de geschtevdə mēs (Montzen) Een gestichte H. Mis. [N 96B (1989)] III-3-3
gestreepte broek gestreepte boks: de gestreepte broek werd in deze streek nooit bij het jacquet gedragen  gəsjtribdə boks (Montzen) de gestreepte broek van het jacquet [N 59 (1973)] III-1-3
getailleerd colbert stoepje met een taille (fr.): met v-tje op de a  štybkə met ən taj (Montzen) een getailleerd colbert [N 59 (1973)] III-1-3
getailleerde jas rok: roͅk (Montzen) geklede jas met taillenaad [N 59 (1973)] III-1-3
getrouwde vrouw getrouwde vrouw: gətrówdə vrów (Montzen) getrouwde vrouw; een - - moet kunnen naaien [RND] III-2-2