| 23491 |
gesloten kapelletje? |
kapelletje:
et kapelsje (Q253p Montzen)
|
Een kapelletje waar men niet in kan, waarin achter traliewerk een kruis of een beeld staat. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 34309 |
gesneden vrouwelijk varken |
gelts:
g`e.ls (Q253p Montzen)
|
Uit de antwoorden blijkt dat gelt verschillende betekenissen kan hebben. Er zijn informanten (K 278, L 421, 422, 423, Q 197, 211) die zeggen dat het snijden van een vrouwelijk varken ter plekke onbekend is. Het onvruchtbaar maken bestond uit het doorknippen van de eileiders. [N 19, 9; A 4, 4c; L 20, 4c; L 37, 49e; JG 1b; L 37, 49f; monogr.]
I-12
|
| 18254 |
gesp |
gespel:
gaspel (Q253p Montzen, ...
Q253p Montzen),
gaspəl (Q253p Montzen),
snal:
šnal (Q253p Montzen),
snal (<du.):
snal (Q253p Montzen, ...
Q253p Montzen),
šnal (Q253p Montzen, ...
Q253p Montzen,
Q253p Montzen)
|
Andere versieringen? (strikken, pompons etc.)? [N 60 (1973)] || de gesp aan de broek [N 59 (1973)] || De gesp op bepaalde damesschoenen en sportieve modellen. [N 60, 33] || De gesp op bepaalde damesschoenen en sportieve modellen? [N 60 (1973)] || gesp [ZND 01u (1924)], [ZND m]
II-10, III-1-3
|
| 18475 |
gespenbottine |
snalschoen (<du.):
Met een gaspel (bij molières), met een sjnal (bij bottines).
šnalšōn (Q253p Montzen)
|
Kent u het woord gespenbottine? Wat betekent het, hoe ziet deze bottine er uit, en hoe spreekt u het woord uit? [N 60 (1973)]
III-1-3
|
| 18274 |
gesteven hemd |
gestijfd hemd:
[hemme, cfr. N 59 (1973)]
yəštift [hɛmə} (Q253p Montzen)
|
een gesteven hemd [ZND 07 (1924)]
III-1-3
|
| 23515 |
gestichte mis |
gestichte mis:
de geschtevdə mēs (Q253p Montzen)
|
Een gestichte H. Mis. [N 96B (1989)]
III-3-3
|
| 18543 |
gestreepte broek |
gestreepte boks:
de gestreepte broek werd in deze streek nooit bij het jacquet gedragen
gəsjtribdə boks (Q253p Montzen)
|
de gestreepte broek van het jacquet [N 59 (1973)]
III-1-3
|
| 18519 |
getailleerd colbert |
stoepje met een taille (fr.):
met v-tje op de a
štybkə met ən taj (Q253p Montzen)
|
een getailleerd colbert [N 59 (1973)]
III-1-3
|
| 18559 |
getailleerde jas |
rok:
roͅk (Q253p Montzen)
|
geklede jas met taillenaad [N 59 (1973)]
III-1-3
|
| 20315 |
getrouwde vrouw |
getrouwde vrouw:
gətrówdə vrów (Q253p Montzen)
|
getrouwde vrouw; een - - moet kunnen naaien [RND]
III-2-2
|