e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

Gevonden: 3044
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
halm, stengel van de graanplant kijt: kī.t (Montzen) De graanhalm is de meestal ronde en gelede stengel van de te velde staande graanplant. Hier het algemene woord, dat veelal ook de benaming voor de gehele graanplant is. Een aantal termen (bv. spier, spit, ...) wordt niet alleen gebruikt voor de stengel van de te velde staande graanplanten, maar ook -en blijkens een niet gering aantal aar-opgaven wellicht nog meer- voor de geoogste en gedorste graanstengels, de strohalm; zie de toelichting bij het volgende lemma ''strohalm'' (1.3.2). Veelal zijn ze ook toepasselijk op de grasspriet (zie het lemma ''grasspriet'' (1.5) in aflevering I.3), enkele zelfs op de graankorrel (zie het lemma ''graankorrel'' (2.6) in deze aflevering). Voor een aantal plaatsen werd het tweelettergrepige ''spieren'' als enkelvoud opgegeven. Zie afbeelding 2, a. [N P, 4b; JG 1a, 1b; L 1, a-m; S 12; Wi 13; monogr.] I-4
hals hals: hǭs (Montzen) Het gedeelte van de huid dat de hals bedekt. Zie afb. 1. [N 36, 4; N 60, 3f; N 60, 3g, N 60, 247] II-10
halsketting kette (du.): goot, en kette van goot (Montzen) een goud, gouden ketting [ZND 01u (1924)] III-1-3
halve zondag halve zondag: hōvə zōndəch (Montzen) Een "halve zondag", een feestdag zonder mis, bijvoorbeeld Koninginnedag (planken zondag). [N 96C (1989)] III-3-3
ham, hesp schink: verzamelfiche ook mat. van ZND 1, a-m  schénk (Montzen) hesp [ZND 01u (1924)] III-2-3
hamer van de klepklok tumphamer: der tōmphāmer (Montzen) De hamer van een klepklok [trumphamer?]. [N 96A (1989)] III-3-3
hand hand: hand (Montzen), hānt (Montzen), hâ.nt (Montzen) hand [ZND m] || ik heb een splinter in mijn hand [ZND 07 (1924)] III-1-1
handen (spotnamen) knoken: knoəkə (Montzen) Spotbenamingen voor de handen [N 109 (2001)] III-1-1
handleer handleer: hantlę̄r (Montzen) Stuk leer in de vorm van een handschoen zonder vingerstukken, gebruikt bij zwaar werk ter bescherming van de hand. [N 60, 220b] II-10
handnaaimachine machine met de hand: mašin męt dǝ hant (Montzen), naaimachine met de hand: niǝnmašin męt dǝ hant (Montzen) Naaimachine die men met één hand in beweging brengt. De informant van L 416 merkt op, dat men de machine aandraait door middel van een rad met een knop. De informant van Q 111* spreekt van een machine met zwengel. De informant van Q 88 vermeldt dat men de handnaaimachine niet meer gebruikt. [N 59, 17c] II-7