e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

Gevonden: 3044
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
harten in het kaartspel harten: ha.tən ōͅ:s (Montzen) Harten: harten aas (in het kaartspel). [ZND 19A (1936)] III-3-2
hartinfarct attaque (fr.): atak (Montzen) Hartinfarct: bloeding in de hartspier met verstopping van de kransslagader (hartverlamming, beslag, infarct, attaque). [N 107 (2001)] III-1-2
haten haten: hāse (Montzen), ha͂.sə (Montzen) Haten. [ZND 01 (1922)], [ZND 26 (1937)] III-3-1
havik valk: valək (Montzen) valk [ZND m] III-4-1
hazelaar notenstruik: no>ətəsjtrûk (Montzen) hazelstruik [ZND 26 (1937)] III-4-3
hazelnoot noot: noət (Montzen) hazelnoot [ZND 26 (1937)] III-4-3
hazelworm blinde slang: blēntšlaŋ (Montzen) hazelworm: Hoe noemt u de hazelworm, een pootloze hagedis die op de heide leeft en wel wat op een kleine slang lijkt? [N100 (1997)] III-4-2
heen en weer (bewegen) hot en haar: hòd en hār (Montzen), op en af: leupt ob en aaf (Montzen), ob en af (Montzen), voort en terug: vòd en trök (Montzen) heen en weer [ZND m] || heen en weer lopen [op en aaf lope] [N 07 (1961)] III-4-4
heen en weer draaien rondrennen: rontriənə (Montzen) Heen en weer draaien (drentelen, drimmelen, drispelen, draaien) [N 108 (2001)] III-1-2
heen en weer schuiven naar alle zijden schuiven: (zijE, meervoud van het naamwoord zij, richting)  no alə zijə sjy(3)̄və (Montzen) Heen en weer schuiven (wiebelen, wiemelen, sjroevelen, winaauwen) [N 108 (2001)] III-1-2