e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Montzen

Overzicht

Gevonden: 3044
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
het orgel trappen het orgel treden: ət ørəgəl trɛ̄nə (Montzen) Het orgel treden of trappen, de blaasbalg tredend met lucht vullen en gevuld houden. [N 96B (1989)] III-3-3
het sap indikken dikkoken: dekkǫwxǝ (Montzen) Het sap door koken dik maken. Daarbij ontstaat waterdamp. [N 57, 24b] II-2
het sap verhitten warmen: wɛrǝmǝ (Montzen) Het koken van het sap. In L 379 deed men varkensreuzel in het kokende sap tegen het overkoken. [N 57, 24a] II-2
het vuur doven laten uitgaan: laote ōētgōēe (Montzen), uitdoen: de sjtaof ōētdōēe (Montzen) doven, laten uitgaan, gezegd van vuur in de kachel [N 07 (1961)] III-2-1
het vuur wijden op paaszaterdag vuurzegening: vy(3)̄rzɛ̄noŋ (Montzen) Het gebruik om op Paaszaterdag het vuur te wijden. [N 96C (1989)] III-3-3
het zielboek aflezen de dodenlijst aflezen: də duədəlīs āflɛ̄zə (Montzen) Het zielenboek aflezen. [N 96B (1989)] III-3-3
het zielboek voldoen op de dodenlijst laten inschrijven: op ən duədəlīs lōtə ɛ̄schrīve (Montzen) Het zielenboek voldoen, de hiervoor verschuldigde bijdrage betalen. [N 96B (1989)] III-3-3
heten heten: he͂e͂sjə (Montzen) heeten [ZND 25 (1937)] III-2-2
heukeling kasteel: kersīl (Montzen) Het kleinste hoopje halfdroog hooi dat men ''s avonds maakt door het opwerken van de rijen, om ze ''s anderendaags weer uiteen te gooien. De kaarten 40, 42 en 44, respectievelijk "heukeling", "hoop" en "opper" hebben alle drie dezelfde opbouw, die weer in verband staat met de opbouw van de kaarten 39, 41 en 43: "op heukelingen zetten", "op hopen zetten" en "op oppers zetten". Voor deze zes kaarten zijn ook dezelfde symbolen voor gelijke opgaven gebruikt. [N 14, 104 en 103 add.; JG 1a, 1b, 2c; A 16, 3a; A 42, 20a, L 36, 1; L 38, 38a; monogr.] I-3
heup heup: hōͅ.əp (Montzen) de heup (zijde van het lichaam) [ZND 26 (1937)] III-1-1