e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Mook

Overzicht

Gevonden: 657
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
verzolen verzolen: vǝrzǭlǝ (Mook) Het van nieuwe zolen voorzien van de schoenen. [N 60, 232b] II-10
vespers vespers (<lat.): vɛ.spərs (Mook) de vespers [RND] III-3-3
vetmesten vet voeren: fɛt˲ vūrǝn (Mook) Vee vetmesten, in het bijzonder gezegd van stiertjes, kalveren en vaarzen. [N 38, 26; N 3A, 75a, 75b, 75c, 76 en 77a; monogr.] I-11
veulen veulen: vø̄lǝ (Mook) Jong paard, gewoonlijk tot de leeftijd van twee en een half jaar. [JG 1a, 1b; A 4, 2d; L 20, 2d; L A1, 262; N 8, 1; Gwn 5, 10; RND 107; S 40; Wi 4; monogr.] I-9
vieren vieren: gəvi.ərt (Mook) gevierd [RND] III-3-2
vijver vijver: vē̜i̯vǝr (Mook), wijert: wejǝrt (Mook) Kleine, natuurlijke of (meest) gegraven, vaak omsloten waterplas. Vroeger groef men vaak vijvers om er vis in te houden. Tegenwoordig is de vijver vaak een deel van een park- of tuinaanleg. [R 7, 18; S 40; A 20, 1e; L 8, 47; monogr.] I-8
vinger vinger: viŋər (Mook) vinger [RND] III-1-1
vlier vlierstruik: -  vlierstruuk (Mook) vlierboom (sambucus nigra L.) [DC 13 (1945)] III-4-3
vlierbes kral: -  kral (Mook) vrucht van de vlierboom (sambucus nigra L.) [DC 13 (1945)] III-4-3
vlinder madenvlinder: moͅjvlendər (Mook), vlinder: vlendər (Mook), vlinder (Mook, ... ) vlinder [Roukens 03 (1937)] || vlinder, algemeen [DC 18 (1950)] || vlinder, pepel [RND] III-4-2