| 20768 |
kaantjes |
krappen:
kra.pə (Q252p Moresnet)
|
vetklonters die overblijven bij het smelten van runds- of varkensvet [N 06 (1960)]
III-2-3
|
| 31565 |
kachels zwarten |
potloden:
pǫ.tlūǝ.tǝ (Q252p Moresnet)
|
Kachels met behulp van kachelzwartsel of door (in)branden of lakken zwart maken. In Q 83 liet men vetkool roken waarna het daarbij gevormde zwartsel op de kachel werd uitgewreven. Ook in L 330 werd het zwartbronzé samen met lijnolie boven een kolen- of turfvuur verhit en vervolgens op de kachel uitgepoetst. [N 33, 313; N 7, 41c; L 5, 60b add.; monogr.]
II-11
|
| 31566 |
kachelzwartsel |
potlood:
pǫ.tl ̇uǝt (Q252p Moresnet)
|
In dit lemma zijn de benamingen bijeengebracht voor de verschillende middelen die worden gebruikt om kachels zwart en glanzend te maken. Met potlood, grafiet in poedervorm, kunnen kachels glimmend worden opgepoetst. Kachelpoets en zebrakachelglans zijn poetsmiddelen om kachels mee op te wrijven en te laten glanzen. De steenpek (P 219) was volgens de invuller een soort steenkool die op het verwarmde ijzer gesmeerd werd om dit zwart te maken. [N 33, 313; N 7, 41b; L 5, 60b; monogr.]
II-11
|
| 34492 |
kakelen |
kakelen:
kokǝlǝ (Q252p Moresnet)
|
Geluid voortbrengen, gezegd van een kip. Dit lemma is onderverdeeld in geluiden die de kip maakt: (1) voordat ze een ei gaat leggen; (2) nadat ze een ei gelegd heeft. [N 19, 46; L 34, 12; L 34, 13; Vld.; N 18, add.; monogr.]
I-12
|
| 24179 |
kauw |
tjaak:
tjā:k (Q252p Moresnet)
|
kauw (33 overal bekend; grijze nek en lichte ogen, rest zwart; broedt in gebouwen, schoorstenen en holle bomen; meestal in troepen; druk; roep [kja]; vaak tam gehouden [N 09 (1961)]
III-4-1
|
| 33781 |
keel |
strot:
štrǭt (Q252p Moresnet)
|
Zie afbeelding 2.16. [JG 1a, 1b; N 8, 29]
I-9
|
| 17628 |
keel, strot |
keel:
kē:l (Q252p Moresnet),
strot:
štrōͅə.t (Q252p Moresnet)
|
keel [N 10b (1961)] || strot [N 10b (1961)]
III-1-1
|
| 17686 |
keelgat |
strot:
štrőͅə.t (Q252p Moresnet)
|
keelgat [kelschat, rieper] [N 10 (1961)]
III-1-1
|
| 24180 |
keep |
turk:
ty(3).rək (Q252p Moresnet)
|
keep (14,5 man heeft oranje aan kop en borst, in het voorjaar zwarte kop en borst; vaak tussen vinken; alleen op trek en in winter; roep [wèèèèèk] [N 09 (1961)]
III-4-1
|
| 24181 |
kemphaan |
kemphaan:
kēͅ.mphā:n (Q252p Moresnet)
|
kemphaan (29 alleen langs de rivieren in weiland; mannetjes hebben in het voorjaar bonte veerkragen en houden gezamenlijke schijngevechten [N 09 (1961)]
III-4-1
|