e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Muizen

Overzicht

Gevonden: 442
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
heer heer: hi:ər (Muizen) heer [RND] III-3-1
heilige, zalige heilige: eene heilige (Muizen) Heilige. [ZND 35 (1941)] III-3-3
hemel hemel: hiiməl (Muizen) hemel [RND] III-3-3
hengst hengst: hęŋst (Muizen) Ongesneden mannelijk paard. [JG 1a, 1b; A 4, 2b; L 20, 2b; L 39, 42; L A1, 166; S 27; Wi 8; monogr.] I-9
het einde van zijn leven het laatste van zijn leven: het leste van zij leven (Muizen) op het einde van zijn leven [ZND 34 (1940)] III-2-2
het gras maaien (het) gras afdoen: het groas afdoen (Muizen) het gras afmaaien [ZND 35 (1941)] III-2-1
heuvel bergje: bɛrxskǝ (Muizen) Een kleine verhevenheid in het landschap. [L 34, 22] I-8
heuvel, kleine hoogte bergje: een bergske (Muizen) heuvel [ZND 34 (1940)] III-4-4
hijgen naar adem, reutelen snakken: snakken (Muizen), snakken naar asem: nao asem snakken (Muizen) Hoe zegt men van een stervende, die naar adem hijgt of reutelt? [ZND 41 (1943)] III-2-2
hoed (alg.) hoed: huut (Muizen) hoed [RND] III-1-3