| id | Begrip | Trefwoord: dialectopgave (plaats) | Omschrijving |
|---|---|---|---|
| 22826 | zwemmen | zwemmen: zwömə (Muizen) | zwemmen [RND] III-3-2 |
| 32841 | zwenghout, spoorstok | hameel: amiǝl (Muizen) | Het dwarshout waaraan van voren de strengen of trekkettingen van het paard bevestigd zijn en dat van achteren aan een akkerwerktuig (ploeg, eg, e.d.) gekoppeld is. Zie afb. 98. [JG 1b + 1c + 1d + 2c; JG 2b-4, 3; N 11, 34a; N 11A, 103 + 103e; N 17, 69a add.; L 34, 11 add.; L 49, 26 add.; A 30, 26 add.; G 1, 26 add.; div.; monogr.] I-2 |