| 34473 |
vrouwelijke kip |
hoen:
hōn (Q022p Munstergeleen),
tiet:
tīt (Q022p Munstergeleen)
|
De hen is het wijfje van het tamme huishoen. [N 19, 37; Wi 13; Wi 14; Wi 17; NE II, 10; Gwn 5, 14; A 11, 1c; A6, 1b; L 6, 20a; L 22, 22; L 28, 35; L 42, 5; L 33, 20; L 34, 12; L 34, 13; JG 1a, 1b; S 14; L 1a-m; Vld.; monogr.]
I-12
|
| 18672 |
vrouwenkleren |
vrouwluikleren:
vrouluu kleijer (Q022p Munstergeleen)
|
vrouwenkleren [t vrouwendinge, de schörte] [N 23 (1964)]
III-1-3
|
| 18598 |
vrouwenonderhemd? |
vrouwmenshemd:
vrouwmesjhumme (Q022p Munstergeleen)
|
onderhemd voor vrouwen [N 25 (1964)]
III-1-3
|
| 33681 |
vruchtbare grond |
gelpe:
gɛlpǝ (Q022p Munstergeleen)
|
Grond van een dergelijke samenstelling dat de groei van de geteelde gewassen er gunstig door wordt beïnvloed en die gunstig reageert na bemesting. Goede grond die geschikt is voor de teelt. [N 27, 28; N 27, 29; N 27, 30]
I-8
|
| 19813 |
vuurtang, sinteltang |
kolentang:
kōͅlətaŋ (Q022p Munstergeleen)
|
vuurtang [N 05A (1964)]
III-2-1
|
| 30004 |
vuurvaste mortel |
ovenspijs:
ǭvǝšpīs (Q022p Munstergeleen)
|
Mortel voor vuurvast metselwerk. Vuurvaste mortel wordt volgens de invuller uit L 321 gebruikt voor stoomketels, kachels en fornuizen. Zwiers II (pag. 548) geeft als grondstoffen voor vuurvaste mortel: zeer schrale klei of één deel portlandcement en drie delen zand met zo weinig mogelijk water aangemaakt. Zie voor de fonetische documentatie van het woorddeel '-(spijs)' het lemma 'Mortel'. [N 30, 38c]
II-9
|
| 29814 |
vuurvaste stenen |
ovenstenen:
ǭvǝštęjn (Q022p Munstergeleen)
|
Stenen die bestand zijn tegen vuur. Zij worden onder meer gebruikt bij de bouw van ovens. Het woorddeel chamotte- in de woordtypen chamottestenen en chamottebrikken verwijst naar het mengsel van fijngemalen scherven dat bij dit soort stenen aan de klei wordt toegevoegd. [N 30, 54b; N 98, 160 add.]
II-8
|
| 25125 |
waaienx |
waaien:
het wèjde (Q022p Munstergeleen),
wèjje (Q022p Munstergeleen)
|
het waaide [SGV (1914)] || waaien [SGV (1914)]
III-4-4
|
| 21457 |
waarschuwen |
waarschuwen:
waarsjuwe (Q022p Munstergeleen, ...
Q022p Munstergeleen)
|
waarschuwen [SGV (1914)]
III-3-1
|
| 20740 |
wafel |
wafel:
waffel (Q022p Munstergeleen, ...
Q022p Munstergeleen),
waffele (Q022p Munstergeleen)
|
Wafel [N 16 (1962)] || wafel [SGV (1914)] || wafels [SGV (1914)]
III-2-3
|