e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Munstergeleen

Overzicht

Gevonden: 2500
BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
zwaden spreiden spreiden: špręi̯ǝ (Munstergeleen) Het uiteengooien van de versgemaaide regels gras. Het voorwerp van de overgankelijke werkwoorden is steeds: gezwaden of gras. [N 14, 97a; JG 1a, 1b, 2c; monogr.] I-3
zwager zwager: zwoager (Munstergeleen), zwōͅgər (Munstergeleen) schoonbroeder [SGV (1914)] || zwager (schoonbroeder Bestaan er verschillende woorden voor den broeder van den man of de vrouw, en den man van de zuster? [DC 05 (1937)] III-2-2
zwak en mager persoon slappe, een -: eine sjlappe (Munstergeleen), zwakkeling: eine sjwakeling (Munstergeleen) zwak, tenger iemand [N 37 (1971)] III-1-1
zwak, slap zwak: zjwaak (Munstergeleen) zwak [DC 02 (1932)] III-1-1
zwart pak zwart pak: zwart pak (Munstergeleen) pak, zwart ~, bestaande uit korte jas, vest en gestreepte broek [N 23 (1964)] III-1-3
zwarte bladluis bladluis: blaadloes (Munstergeleen) bladluis (zoals bijv. de zwarte tuinbonenluis) [himmelzoad, meelow, melde, smeelje] [N 26 (1964)] III-4-2
zwarte gebreide dameskous dameshoos: dameshaoze (Munstergeleen) dameskousen, zwarte gebreide ~ [N 24 (1964)] III-1-3
zwarte kraai, kraai kraai: krao (Munstergeleen), kroa (Munstergeleen) Hoe heet de zwarte kraai? [DC 06 (1938)] || kraai [SGV (1914)] III-4-1
zwavelx zwavel: zjwavəl (Munstergeleen) zwavel [DC 02 (1932)] III-4-4
zweep smik: šmek (Munstergeleen) Voorwerp om het paard aan te drijven, bestaande uit een steel (cf. lemma Steel) en een snoer (cf. lemma Snoer). [JG 1a, 1b, 2b, 2c; L 8, 141; L 14, 31; L B2, 244; N 13, 94; S 47; Wi 5, 10; monogr.] I-10