| 20560 |
parelen |
parelen:
pāārele (Q117p Nieuwenhagen),
perrele (Q117p Nieuwenhagen),
sprudeln (du.):
sjpōēdele (Q117p Nieuwenhagen)
|
parelen; Hoe noemt U: Opstijgen van luchtbelletjes in drank (parelen, kriezelen, grinselen) [N 80 (1980)]
III-2-3
|
| 18406 |
parfum |
parfum:
pārfŭŭm (Q117p Nieuwenhagen)
|
reukstof in geconcentreerde vorm [parfum, odeur] [N 86 (1981)]
III-1-3
|
| 23283 |
parochie |
parochie:
ing pərŏchie (Q117p Nieuwenhagen),
pfarre (du.):
ing faar (Q117p Nieuwenhagen)
|
Een parochie. [N 96D (1989)]
III-3-3
|
| 34479 |
pas uit het ei gekomen kipje |
kuikje:
kykskǝ (Q117p Nieuwenhagen)
|
[N 19, 40b]
I-12
|
| 23231 |
pasen |
pasen:
Poasje (Q117p Nieuwenhagen),
pōāësjə (Q117p Nieuwenhagen)
|
Pasen [Paoësje, Oeëster]. [N 96C (1989)]
III-3-3
|
| 21217 |
pasfoto |
pasfoto:
Algemene opmerking: heb deze vragenlijst letterlijk overgenomen, dus zoals invuller het genoteerd heeft!
pásfōōtōō (Q117p Nieuwenhagen)
|
de foto zoals op paspoorten en dergelijke legitimatiepapieren moet worden aangebracht [tiptopje] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 34046 |
pasgeboren kalf |
nuchter kalf:
nøxtǝr [kalf] (Q117p Nieuwenhagen)
|
[N 3A, 15 en 20; N C, 6; JG 1a, 1b; monogr.]
I-11
|
| 21202 |
paspoort |
pas:
Algemene opmerking: heb deze vragenlijst letterlijk overgenomen, dus zoals invuller het genoteerd heeft!
pàs (Q117p Nieuwenhagen),
pás (Q117p Nieuwenhagen)
|
het bewijs van identiteit en toestemming om in het buitenland te mogen reizen [paspoort, pas] [N 90 (1982)] || het identiteitsbewijs door de regering aan een onderdaan verstrekt met het oog op een reis naar het buitenland [paspoort, pas] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 18183 |
passen |
goed staan:
gōōt staoə (Q117p Nieuwenhagen),
passen:
pàssə (Q117p Nieuwenhagen)
|
nauwkeurig sluiten, goed staan, gezegd van kleding [passen] [N 86 (1981)]
III-1-3
|
| 23784 |
passiezondag |
passiezondag:
Passie-zóndig (Q117p Nieuwenhagen)
|
De vijfde zondag van de vasten, de voorlaatste zondag vóór Pasen. [N 96C (1989)]
III-3-3
|