| 17668 |
middelvinger |
lange vinger:
lange vinger (Q197p Noorbeek)
|
Middelvinger: de middelste, langste vinger (middelvinger, langelierboom, langeman). [N 84 (1981)]
III-1-1
|
| 23358 |
middenpad |
middengang:
middegaank (Q197p Noorbeek)
|
De hoofdgang, de middengang van de kerk [middenpad?]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 23353 |
middenschip |
middengang:
middegaank (Q197p Noorbeek)
|
De hoofdruimte, de grote middelruimte van een kerkgebouw [schip, langschip, middenschip, middelsjeep?]. [N 96A (1989)]
III-3-3
|
| 24352 |
mier |
amezeik:
aomezeek (Q197p Noorbeek),
aomezèèk (Q197p Noorbeek),
hoamezeik (Q197p Noorbeek),
zwarte amezeik:
zwarte aomezeek (Q197p Noorbeek)
|
mier [zeikdemp(el), -lem, -meik, -diem, -worm, -mier, moer-, muurzeiker, aomzeiksel, aomezeik] [N 26 (1964)] || mier, alg. [DC 43 (1968)] || mier. De algemene benaming? [N102 (1998)] || zwarte huismier. Dialectbenamingen voor soorten mieren [N102 (1998)]
III-4-2
|
| 24423 |
mierenei |
amezeikeneitje:
aomezèèke-eike (Q197p Noorbeek)
|
mierenei [zeekmoejerseike] [N 26 (1964)]
III-4-2
|
| 24424 |
mierenhoop |
nest amezeiken:
’n nis aomezèèke (Q197p Noorbeek)
|
mierennest [zeekmoejersnest] [N 26 (1964)]
III-4-2
|
| 33094 |
mijt afdekken |
afdekken:
āf˱dękǝ (Q197p Noorbeek),
dekken:
dękǝ (Q197p Noorbeek),
toedekken:
tudękǝ (Q197p Noorbeek)
|
De korenmijt van een dak voorzien. Zie de toelichting bij het lemma ''buitenstaande korenmijt'' (5.1.18). Bij besteken merkt Goossens in zijn materiaal op: "meer speciaal de grote band om de kop". [N 15, 45a; JG 1a, 1b, 2c; monogr.]
I-4
|
| 28569 |
mijtziekte |
mijtziekte:
mijtziekte (Q197p Noorbeek)
|
Acariose. Ziekte in de luchtwegen, veroorzaakt door de Acarismijt. Deze mijt dringt de luchtwegen van de bij binnen en voedt zich met lichaamssappen. De afscheidingsprodukten van de mijten vergiftigen langzaam de getroffen bij. Door snelle vermenigvuldiging van de mijten verstoppen de luchtbuizen, zodat de bij sterft. Bij sterke aantasting kunnen gehele kolonies bijen aan deze ziekte ten onder gaan. Chemische medicamenten kunnen ter bestrijding toegediend worden. Tot voor kort werd deze ziekte bestreden door het doden van bijenvolken en vervoersverboden door de overheid. [N 63, 71b; N 63, 71a; monogr.]
II-6
|
| 21745 |
mikken |
aanleggen:
aanlèkke (Q197p Noorbeek),
mikken:
mikke (Q197p Noorbeek)
|
scherp kijken naar en richten op het doel dat men wil raken met een vuurwapen [mikken, mieren, aanleggen] [N 90 (1982)]
III-3-1
|
| 25320 |
millimeter, maat, 1000ste deel van een meter |
millimeter:
millimeter (Q197p Noorbeek)
|
het duizendste deel van een meter [millimeter, streep] [N 91 (1982)]
III-4-4
|