| 19271 |
ingrijpen |
optreden:
ôptreje (L216p Oirlo)
|
met gezag en kracht tussenbeide komen [roffen, ingrijpen] [N 85 (1981)]
III-1-4
|
| 24960 |
inham |
inham:
ienham (L216p Oirlo)
|
inham, in het land inspringend gedeelte van een zee, meer of riveri [inpamp] [N 81 (1980)]
III-4-4
|
| 21687 |
inkomsten |
inkomen:
mien ienkômme (L216p Oirlo)
|
inkomsten, de ontvangsten, het inkomen [inkomende, inbeur?] [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 22448 |
inkopen doen voor sinterklaas |
inkopen:
inkoͅəpə (L216p Oirlo)
|
Inkopen doen voor St. Nicolaas (6 december) [kloteren]. [N 88 (1982)]
III-3-2
|
| 21691 |
inkopen gaan doen op de markt |
boodschappen doen:
bôdschappe dōēn (L216p Oirlo),
inkopen doen:
ienkoëpe dōēn (L216p Oirlo),
naar de markt gaan:
nao de mert gaon (L216p Oirlo)
|
inkopen gaan doen op de markt [markten, merten?] [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 26785 |
inkuilen |
inkuilen:
inkulǝ (L216p Oirlo)
|
De aardappelen worden met de slagkar van het veld naar de boerderij vervoerd en daar op een droge plaats voorlopig opgeslagen om uit te wasemen. Vroeger gebeurde dit in de kelder onder de bakoven (zie aflevering I.6 over de bedrijfsgebouwen van de boerderij). Tegen de winter worden de aardappelen ingekuild, dat wil zeggen in een aardappelkuil of -groeve gestort. De algemene benamingen voor deze handeling staan in dit lemma bijeen. Zie verder het lemma Aardappelkuil, -Groef. [N 12, 28; JG 1a, 1b; S 16; monogr.; add. uit N 12, 29; L 1, a-m; S 19]
I-5
|
| 19524 |
inmaakpot |
moespot:
moespot (L216p Oirlo),
moeston:
moestòn (L216p Oirlo),
(zø´rmoes)
moestôn (L216p Oirlo)
|
pot of ketel waarin kool gekookt of bewaard wordt || pot, stenen ~; inventarisatie benamingen voor grote ~~ voor bijv. zuurkool e.d., kleinere ~~ voor boter, eieren e.d. (pijppot, timperpot); betekenis/uitspraak [N 20 (zj)] || vat waarin de kool ingemaakt wordt
III-2-1
|
| 20906 |
inmaken |
inleggen:
augurken, eieren
ienlegge (L216p Oirlo),
inmaken:
ienmake (L216p Oirlo)
|
inmaken
III-2-3
|
| 21650 |
inmijner? (wbd) |
roeper:
Opm. vur de notaris.
ruper (L216p Oirlo)
|
Heeft men voor de persoon bedoeld in de vorige vraag nog een bepaalde naam? [N 21 (1963)]
III-3-1
|
| 20835 |
inschenken |
inschudden:
insxødə (L216p Oirlo),
verschudden:
verschudde (L216p Oirlo)
|
inschenken || sterke drank schenken
III-2-3
|