e-WLD begrippen 

 
 
Filteren... plaats=Opglabbeek

Overzicht

BegripTrefwoord: dialectopgave (plaats)Omschrijving
levend vlees onder de huid leven, het -: leͅvə (Opglabbeek) levend vlees onder de huid [t leeve] [N 10 (1961)] III-1-1
lever lever: leͅvər (Opglabbeek), lē̜vǝr (Opglabbeek) Grote klier waarin onder andere gal wordt afgescheiden. [N 28, 88c] || lever [leevert, lijver, livvere] [N 10 (1961)] I-11, III-1-1
leverpastei leverpat: lēͅ.vərpətē (Opglabbeek) fijn gehakte, gekookte, gekruide en in een vorm gegoten lever [Goossens 1a (1955)] III-2-3
leverworst leverworst: leeverworst (Opglabbeek), leiverworst (Opglabbeek), lēͅ.vərwoͅrst (Opglabbeek), lèvərwòrst (Opglabbeek), lééverwòrst (Opglabbeek), witte worst: witte wòrst (Opglabbeek) leverworst [Goossens 1a (1955)], [ZND 21 (1936)] || leverworst; Hoe noemt U: Worst met lever als hoofdbestanddeel (lol, leverworst, leverpens) [N 80 (1980)] III-2-3
libel en waterjuffer poppenschreur: pòppesjrieêr (Opglabbeek) libel, waterjuffer III-4-2
lichaam lijf: līf (Opglabbeek) lichaam [N 10 (1961)] III-1-1
lichaamskracht macht: meͅxt (Opglabbeek, ... ) lichaamskracht (kracht die een zieke geleidelijk verspeelt) [macht, maacht] [N 10 (1961)] III-1-2, III-1-4
lichaamsvocht leewater: lēͅwātər (Opglabbeek) het leewater (ziekte van de gewrichten; Fr. épanchement de synovi) [ZND 01u (1924)] III-1-2
licht verkouden een beetje verkoud: ə bitšə vərkaut (Opglabbeek) Gebruikt men afzonderlijke benamingen voor een zware en lichte verkoudheid? [Lk 05 (1955)] III-1-2
licht vriezen moer van alle weer: moer van alləwèèr (Opglabbeek), rijmen: ri-jme (Opglabbeek), riemt (Opglabbeek) lichtjes vriezen [schorzelen] [N 81 (1980)] III-4-4